De historische vereniging Oud-Utrecht maakt voor DUIC wandelingen door de stad, op zoek naar bijzonder erfgoed. In het oosten van de stad liggen twee bijzondere waterlopen, de Biltsche Grift en de Hoofddijkse Wetering.
Op pad met Oud-Utrecht: Twee waterlopen in Oost-Utrecht

Bij bushalte Oorsprongpark kijk je vanaf de brug uit over de Biltsche Grift, een smalle watergang ingeklemd tussen de bebouwing. Dat was ooit anders. Zo’n duizend jaar geleden golden hier Marsmans woorden ‘Denkend aan Holland zie ik breede rivieren traag door oneindig laagland gaan’, want hier stroomde een loop van de Vecht, als een aftakking van de Rijn. De rivier verlandde, maar de oude bedding bleef min of meer zichtbaar en was geschikt om daar in de 17e eeuw de Biltsche Grift in te graven.
We gaan rechtsaf het Veeartsenijterrein op, waar het water is ingebed in de historische bebouwing met de voormalige paardenstallen, de Paardenkathedraal en het Onderwijsgebouw. Een voetpad voorbij het Onderwijsgebouw leidt naar het water en gaat achterlangs de hondenstal waar nu restaurant Goesting is. Na de Poortstraat lopen we via het Hoefsmederijpad langs het fraaie Anatomiegebouw en gaan we rechtsaf naar de witte voetgangersbrug. Vanaf hier is goed te zien dat je met een oude rivierloop te maken hebt, want zoals grote laaglandrivieren dat doen: ze buigen zich in grootse bochten en dat zie je aan de majestueuze meander waarin de Biltsche Grift ligt.
Hoofddijkse Wetering
We lopen rechtuit en komen uit bij onze tweede hoofdrolspeler: deze watergang was vanaf het begin ‘man made’, want rond 1125 gegraven als de Hoofddijkse Wetering om het aangrenzende veengebied te ontwateren. Dat veen was een grote wildernis: moerasbossen met hier en daar open plekken waar gagel, riet en elzen groeiden – vrijwel ondoordringbaar en in de winter drijfnat. Er woonde niemand.
Dat veranderde nadat in 1122 de Kromme Rijn bij Wijk bij Duurstede was afgedamd. Toen zakte het waterpeil en nam het risico op overstromingen sterk af. Het werd mogelijk de veenwildernis te ontginnen. Daarvoor was de wetering nodig, om het water uit de noordelijk gelegen wildernis op te vangen. Het was een lange sloot die liep van klooster Oostbroek – ten oosten van de Uithof – tot helemaal aan de Klop bij de Vecht (en is met wat moeite nog altijd op de kaart van Utrecht te herkennen)
De wildernis getemd
Vanaf de Hoofddijkse Wetering trokken ontginners de wildernis in. In een periode van eeuwen temden ze het woeste land en schoven zo de bewoningsgrens naar het noorden.
Strak waren de smalle kavels, die tot wel 1500 meter het land in staken, gescheiden door sloten. Ruim achthonderd jaar hebben ze hun stempel op het landschap gedrukt, maar begin jaren zestig is de oude structuur weggevaagd en vervangen door woonwijk Tuindorp-Oost. Alleen het water bleef en, als we rechtsaf het voetpad langs de sloot volgen naar de Jan van Galenstraat, zien we de oude watergang aan beide kanten van de weg.
We gaan rechtsaf de Huizingalaan in en net na de spoorwegovergang weer naar rechts. Daar kijk je mooi uit over de Wetering, met rechts de 19e-eeuwse bebouwing en links die van de jaren zestig. De wetering verdwijnt in een duiker onder de Waterlinieweg.
Onder water
Voor de bouw van Tuindorp-Oost heette de Huizingalaan het Ezelsdijkje, een weg parallel aan de wetering en een verbinding tussen de forten Blauwkapel en De Bilt. Die forten hoorden bij de Nieuwe Hollandse Waterlinie, die Utrecht en West-Nederland tegen aanvallen uit het oosten moest beschermen. Tussen beide forten lag de Voorveldsche Polder, die tot kniehoogte onder water kon worden gezet, zodat wegen en sloten niet zichtbaar zouden zijn. De vijand, die met troepen en geschut door het gebied wilde trekken, zou hierdoor zeker stranden. Tot aan de Ezelsdijk klotste dan het water. Als de overstroming z’n werk had gedaan, kon het water wegstromen via de Hoofddijkse Wetering.
Via de Buys Ballotstraat wandelen we langs de Oosterspoorlijn terug naar de Biltstraat. Daar zie je aan de overkant weer die andere watergang, de Biltsche Grift. Van oorsprong zijn Grift en Wetering verschillend, maar tegenwoordig hebben ze veel overeenkomsten, want beide dragen bij aan een soepele afwatering en beide zijn groene linten, oases voor flora en fauna in de verder zo verstedelijkte omgeving.
Tekst: Wim ten Brinke
Foto’s: Het Utrechts Archief en
Wim ten Brinke



