De stadsbeeldhouwer van Utrecht was een ambachtsman: ‘Hij was altijd bezig’ | De Utrechtse Internet Courant De stadsbeeldhouwer van Utrecht was een ambachtsman: ‘Hij was altijd bezig’ | De Utrechtse Internet Courant

De stadsbeeldhouwer van Utrecht was een ambachtsman: ‘Hij was altijd bezig’

De stadsbeeldhouwer van Utrecht was een ambachtsman: ‘Hij was altijd bezig’
Sebastiaan d’Hont met een beeltenis van zijn vader gemaakt door Paulus Reinhart.
Een stad als Utrecht kan blijven verbazen. In het straatje Wijde Doelen, langs het Louis Hartlooper Complex richting het Centraal Museum, zit een gat tussen nummers 25 en 29. Een oprit leidt tot nummer 27, waar Sebastiaan d’Hont op een stoeltje voor de deuren zit.

Een stad als Utrecht kan blijven verbazen. In het straatje Wijde Doelen, langs het Louis Hartlooper Complex richting het Centraal Museum, zit een gat tussen nummers 25 en 29. Een oprit leidt tot nummer 27, waar Sebastiaan d’Hont op een stoeltje voor de deuren zit.

Achter de poort schuilt een prachtig verstopt monument. Zoals het een echt middeleeuws bouwwerk betaamt ruikt het er wat muf, maar binnen is het voormalige verdedigingswerk niets minder dan indrukwekkend. Dat grote beeldhouwkunstwerken losjes door de ruimte zijn verspreid maakt het nog interessanter. Het is de nalatenschap van dé stadsbeeldhouwer van Utrecht: Pieter d’Hont.

Manenburg ligt aan de stadsbuitengracht als een van de stenen bastions in de verdedigingsmuur, maar is door de begroeide heuvel nauwelijks nog te zien. In 1940 werd Manenburg het atelier van de beeldhouwer Pieter d’Hont. Door het glazen dak over de binnenplaats staan we in een ruim en licht atelier met een bijzondere vorm en imposante hoge muren.

Zoon Sebastiaan d’Hont vertelt hoe zijn vader het voor elkaar kreeg om deze plek in zijn bezit te krijgen. “In 1940 won hij de zilveren Prix de Rome en de gemeente Utrecht was enorm trots op hem als lokale beeldhouwer. Utrecht was in die tijd nog een beetje een provinciestad. Het gebouw was toen een petroleumopslag en mijn vader vroeg aan de gemeente of hij hier zijn atelier van mocht maken.” Zo gezegd, zo gedaan.

In de oorlog had Pieter d’Hont geen opdrachten, maar werkte hij wel aan vele beelden. Na de oorlog kwamen de opdrachten wel binnen. “Hij heeft ongelooflijk veel gemaakt in zijn leven”, vertelt Sebastiaan. “Hij was altijd bezig en wachtte bijvoorbeeld ook niet tot hij inspiratie kreeg, maar ging om acht uur gewoon aan de slag en kwam om vijf uur naar huis. Hij was vooral ambachtsman en daarnaast een beetje kunstenaar.” Dat d’Hont een ijverig kunstenaar was, is te zien in de stad: op 44 plekken in Utrecht is het beeldhouwwerk van d’Hont te vinden, zowel gehakt uit steen als gegoten in brons.

Stadsbeeldhouwer

Pieter d’Hont overleed in 1997 en stond bekend als de officieuze stadsbeeldhouwer van Utrecht. In de stad zijn nog veel beelden van hem te zien zoals het beeld van Anne Frank uit 1960 op het Janskerkhof, de Bizon uit 1968 aan de Beneluxlaan of de Merrie met veulen uit 1970 aan de Sint Jacobsstraat. Hij kreeg de meeste bekendheid echter met het beeldje Edison, ieder jaar de prijs bij de Edison Music Awards.

Sebastiaan loopt opgewekt door het het oude atelier van zijn vader. Bijna alle werken in de binnenruimte zijn van de beeldhouwers die er momenteel werken, maar aan de zijkant van het gebouw zijn veel portretten te zien van zijn vader. Sebastiaan tikt op een groot hoofd: “Dit ben ik als jongetje.” Hij loopt verder en tikt op een ander hoofd: “Dit was hijzelf. In het begin durfde hij nog niet zo goed aan anderen te vragen om te poseren, dus hij heeft zichzelf erg vaak gemaakt.”

‘Merrie met veulen’ aan de Sint Jacobsstraat

Sebastiaan vertelt graag over het levenswerk van zijn vader, maar blijft voorzichtig. “Nou, het is natuurlijk mijn vader. Als kind vond ik het allemaal maar gewoon wat hij deed, want ik wist niet beter. Later besefte ik wel dat het bijzonder was wat hij allemaal heeft gedaan. Ik ben vooral blij als er aandacht is voor zijn werk, want dat verdient hij.” Pieter d’Hont vroeg zijn zoon om zijn nalatenschap te beheren en dat deed Sebastiaan zonder erover na te hoeven denken. “Vooral omdat het zo’n lieve, leuke en stimulerende vader was”, zegt Sebastiaan liefdevol. “Het kost soms wel wat tijd en moeite, maar voor hem doe ik het graag.”

Tentoonstelling

Er werd een stichting opgericht uit naam van de beeldhouwer: Stichting Atelier Pieter d’Hont, waar ook Sebastiaan bestuurslid van is. Met als doel om zich in te zetten voor het behoud en goed gebruik van het voormalig atelier van Pieter d’Hont. Daarnaast moeten er jaarlijks nog prijzen (zoals de Edisons) worden afgeleverd en moeten er veel vragen worden beantwoord. “Soms wil een veilinghuis weten of een beeld een echte d’Hont is, willen mensen de waarde weten van een werk of een foto in een gedichtenbundel plaatsen. Veel leuke dingen eigenlijk.”

Anne Frank op het Janskerkhof

Pieter wordt over het algemeen gezien als een van de belangrijkste Nederlandse kunstenaars van de twintigste eeuw. Sebastiaan: “Er wordt gezegd dat hij de stadsbeeldhouwer van Utrecht is en dat zou je eigenlijk al kunnen aantonen door in de stad rond te lopen. Maar ik kan het ook wel relativeren. Ik zie dat sommige van zijn werken minder zijn en sommige beter. Dat zag hij zelf ook heel scherp. Hij heeft zijn beste stukken gemaakt toen hij het gelukkigst was. Dat was in de jaren zestig, zeventig toen wij – mijn zus en ik – klein waren. Daar zitten wat werken tussen die steengoed zijn.”

Is het niet eens tijd voor een tentoonstelling over het werk van zijn vader in Utrecht? “In 2017 hebben we een kleine tentoonstelling in het atelier gehouden op wat zijn honderdste verjaardag zou zijn. En ik heb niet al te lang geleden al eens gesproken met de directeur van het Centraal Museum. Het is in ieder geval goed om het werk levend te houden, dus het is best een optie.” Hij tikt nog even op een werk van zo’n drie meter breed: “Kijk, een kleinere versie van de fronton aan het stadhuis. En hier, dit is mijn moeder.”


De Jaarbeursreliefs in originele staat aan de gevel van het gebouw

Nog geen oplossing voor Jaarbeurs-beelden Pieter d’Hont

Stadsbeeldhouwer Pieter d’Hont maakte naast losse beelden ook gevelkunst, zoals de reliëfs aan het oude Jaarbeursgebouw aan het Vredenburg. Bij de sloop in 1970 bleven ze – door ingrijpen van de kunstenaar – gespaard. Ze werden deels ‘gedumpt’ achter de nieuwe Jaarbeurshallen. Het Utrechts Geveltekenfonds (UGTF) deed na een artikel van Arjan den Boer al een oproep om ze te herplaatsen. Sebastiaan d’Hont herhaalt die oproep nu nog eens.

De reliëfs verbeelden vier belangrijke Jaarbeurs-activiteiten: een kantoorman aan de telefoon, een arbeider met steekwagentje, een vrouw met reisbagage en een monteur met een machine. Bij de afbraak in 1970 redde Pieter d’Hont zijn kunstwerken zelf van de sloopkogel. Na de sloop ging één reliëf naar het depot van het Centraal Museum, de andere verdwenen lange tijd van de radar, maar werden in 2015 aangetroffen – overwoekerd, met mos begroeid, uitgesleten en vergeten.

Het UGTF wil ze terugbrengen op of nabij hun oorspronkelijke locatie, en wordt daarin gesteund door Sebastiaan d’Hont. Het Centraal Museum, dat ook één van de betonreliëfs bezit, is (onder voorwaarden) bereid mee te werken. Er lijkt echter voorlopig weinig schot in de zaak te zitten. Sebastiaan d’Hont: “Alles staat in de steigers om de reliëfs te renoveren, maar het loopt voorlopig nergens op uit. Het zal een geldkwestie zijn, maar ik vind dat het bij de geschiedenis van de Jaarbeurs hoort en dat het ergens moet terugkomen.”

Ondanks een brief van het UGTF aan het gemeentebestuur in het voorjaar van 2018, gesteund door schriftelijke vragen van GroenLinks, is de herplaatsing nog niet rond. Sebastiaan noemt het een belangrijk werk in het oeuvre van zijn vader. “In 1970 hebben ze er weinig gevoel voor gehad en nu eigenlijk nog steeds niet.”

Sebastiaan vertelt dat er echter nog een belangrijk werk verloren dreigt te gaan: “Wat mij persoonlijk erg aan het hart gaat, eigenlijk nog meer dan de Jaarbeursreliefs mede omdat dit nog helemaal gaaf is, is de onverschilligheid van het RIVM om de monumentale reliëfs waar mijn vader en Arie Teeuwisse twaalf jaar mee bezig zijn geweest, niet mee te nemen naar de nieuwbouw op de Uithof. Ook een gemiste kans om een uniek werk binnen de stadsgrenzen te krijgen lijkt me.”

Gekoppelde berichten

2 Reacties

Reageren
  1. Inez

    Leuk stukje Sebas!

  2. Massegast

    Mijn vader had in de jaren zestig weleens contact met Pieter d’Hont. Een persoonlijkheid die je niet makkelijk over het hoofd zag, heb ik ooit van mijn vader begrepen.

Plaats een reactie

Lees voor u reageert onze algemene voorwaarden. Alle reacties worden vooraf gemodereerd. Uw IP adres is geregistreerd (wordt niet gepubliceerd).