Volgens de Rekenkamer zijn er grote verschillen tussen wat Utrecht vooraf verwacht uit te geven en wat uiteindelijk daadwerkelijk wordt besteed. Zo werd eind vorig jaar nog gerekend op een tekort van ruim 36 miljoen euro over 2025, terwijl uiteindelijk sprake bleek van een overschot van 54,6 miljoen euro. Een verschil van bijna 91 miljoen euro. Het college van burgemeester en wethouders erkent de belangrijkste kritiekpunten en wil de manier waarop wordt begroot verbeteren.
College erkent kritiek Rekenkamer op Utrechtse begrotingen: ‘Ramingen realistischer maken’

In een eerder rapport wees de Rekenkamer onder meer op vertragingen bij investeringen, personeelstekorten en een opeenstapeling van plannen, waardoor geld op de plank blijft liggen.
Het college erkent dat dergelijke factoren een rol spelen bij de ontstane onderbesteding. Het college geeft aan dat onderbesteding een “complex vraagstuk” is dat niet alleen met financiën te maken heeft. Ook capaciteitstekorten, marktomstandigheden, schommelingen in rijksmiddelen en de complexiteit van maatschappelijke opgaven hebben volgens het college invloed op de snelheid waarmee projecten kunnen worden uitgevoerd.
Realistischer begroten
Om de verschillen tussen begroting en werkelijkheid te verkleinen, wil het college de manier van ramen aanpassen. “We willen daarom met de bestuursrapportages de voorspelbaarheid van de financiële resultaten vergroten”, schrijft het college. Dat moet gebeuren door “over te stappen van voorzichtige ramingen naar realistische ramingen, waarin zowel verwachte mee- als tegenvallers worden meegenomen”.
Ook komt er een methode om jaarlijks te toetsen of nieuwe investeringsplannen daadwerkelijk uitvoerbaar zijn, rekening houdend met beschikbare capaciteit en lopende werkzaamheden.
Niet op alle punten neemt het college de conclusies van de Rekenkamer volledig over. Zo stelt het stadsbestuur dat de afwijkingen bij personeelskosten kleiner zijn dan de Rekenkamer suggereert.



