Gemeente Utrecht verliest hoger beroep over demonstratie bij abortuskliniek

Het Vrelinghuis (2018). Foto: Bas van Setten
Het Vrelinghuis (2018). Foto: Bas van Setten

De burgemeester laat in een reactie weten dat zij de uitspraak van de Raad van State ‘erg teleurstellend’ vindt. “We zijn in hoger beroep gegaan de rechten van vrouwen in een kwetsbare positie te beschermen en daarbij ook het demonstratierecht intact te houden. Helaas heb ik als burgemeester te weinig handvatten om deze schurende grondrechten naast elkaar te laten bestaan in mijn stad. Daarom roep ik het Rijk op om landelijk beleid te maken voor de bescherming van bezoekers van een abortuskliniek. Het gaat hier immers om uiterst persoonlijke en gevoelige medische ingrepen en vrouwen moeten daarbij niet gestoord of geïntimideerd worden. Er moet dus een oplossing komen waarbij zowel het demonstratierecht als het recht op de persoonlijke levenssfeer worden gewaarborgd”, aldus de burgemeester.

De gemeente Utrecht heeft ongelijk gekregen bij de Raad van State in het hoger beroep over een anti-abortusdemonstratie bij het Vrelinghuis aan de Biltstraat. In 2021 besloot burgemeester Sharon Dijksma dat de demonstranten moesten uitwijken naar een plek 70 meter verderop. De rechtbank oordeelde eerder dat de burgemeester de demonstranten niet had mogen dwingen ergens anders te staan, waarna zij in hoger beroep ging. Vandaag heeft de Raad van State besloten dat de uitspraak van de rechtbank blijft staan. De zaak draait om een demonstratie die de vereniging Jezus Leeft op 5 mei 2021 wilde houden voor de kliniek aan de Biltstraat in Utrecht. De burgemeester legde destijds beperkingen op: demonstranten mochten enkel demonstreren op een laad- en loszone 70 meter verderop en geen flyers uitdelen, vanwege de verkeersveiligheid en coronamaatregelen. Jezus Leeft verzette zich tegen deze beperkingen, omdat zij met drie demonstranten en een ambulance direct voor de kliniek wilde demonstreren. De rechtbank gaf de vereniging eerder gelijk: de burgemeester had volgens de rechtbank onvoldoende onderbouwd waarom de gekozen locatie verkeersveiligheid of volksgezondheid zou schaden. De gemeente Utrecht was het niet eens met de uitspraak van de rechtbank en ging daarom in hoger beroep. Hoger beroep De burgemeester zei daar destijds over dat bezoekers van abortusklinieken extra bescherming verdienen. “Vrouwen die een abortuskliniek bezoeken voor een behandeling bevinden zich op een bepalend punt in hun leven. Het gaat om een zeer ingrijpende en emotioneel beladen beslissing die iemand psychisch zwaar kan belasten. Die situatie is kwetsbaar en raakt de kern van de persoonlijke levenssfeer.” De burgemeester was bang dat bezoekers van de abortuskliniek last zouden krijgen van de demonstratie, bijvoorbeeld door confronterende teksten of beelden. Maar de Raad van State vindt dat die angst niet goed is onderbouwd. De burgemeester baseerde zich op meldingen over andere demonstraties, maar onderbouwde volgens de Raad van State niet waarom deze demonstratie – met drie mensen die voornamelijk in een ambulance aan de overkant van de straat zouden blijven – tot problemen zou leiden. Daarom mocht de demonstratie niet zomaar worden beperkt. Gemeente krijgt ongelijk De vereniging Jezus Leeft krijgt daarmee gelijk en het hoger beroep van de burgemeester is volgens de Raad van State ongegrond. Als de vereniging alsnog wil demonstreren bij de abortuskliniek, moet ze dat opnieuw aanvragen. De burgemeester moet dan rekening houden met wat de Raad van State nu heeft gezegd. Een gemeentewoordvoerder laat weten tot dusver nog geen aanvraag voor een nieuwe demonstratie te hebben ontvangen.  Daarnaast moet de burgemeester de juridische kosten van de vereniging betalen - dat gaat om 2.267,50 euro - en ook nog griffierecht betalen van 548 euro.  Reactie burgemeester