Mentale gezondheid Utrechtse jongeren slecht, maar beleid schiet tekort

Afbeelding

Het gaat nog steeds niet goed met de mentale gezondheid van jongeren in Utrecht. De gemeente wil er wat aan doen, maar vanuit de politiek klinken geluiden dat het beleid tekortschiet. “In 2025 ervaren nog steeds veel jongeren stress, prestatiedruk en somberheid, waardoor het urgent is om het beleid te versterken”, schrijven Student & Starter en GroenLinks in schriftelijke vragen.

In 2021/2022 werd er 1,1 miljoen euro besteed aan acht initiatieven, terwijl daarmee slechts ongeveer vijfhonderd Utrechters werden bereikt. Begin dit jaar bleek uit cijfers van de gemeente dat de helft van de Utrechtse jongvolwassenen hun mentale gezondheid niet goed vond in 2024.

De Rekenkamer constateert dat het uitvoeringsprogramma Mentale Gezondheid 2025-2027 wel inzet op verbeteringen, maar dat onder meer het programma niet goed meetbaar is zijn en de onderbouwing niet altijd duidelijk. “Ondanks alle investeringen dreigt de effectiviteit van het programma opnieuw beperkt te blijven”, aldus de fracties.

Jongeren en jongerenorganisaties geven volgens de partijen aan dat het huidige beleid onvoldoende aansluit op de praktijk. Ook zouden ze over te weinig middelen beschikken om activiteiten rond mentale gezondheid bij te wonen. “Daarnaast ervaren zij en betrokken organisaties weinig erkenning en invloed op beleid.”

Hulp zoeken

In de beantwoording op 28 oktober schrijft het college dat het belangrijk is dat jongeren met mentale klachten hulp zoeken. Dat kan volgens hen bij familie, vrienden en diverse organisaties en stichtingen.

De gemeente zet daarnaast in op bewustwordingscampagnes zoals Unbox Jezelf, om mentale problemen eerder bespreekbaar te maken. Ook worden trainingen en interventies aangeboden. Via buurtteams en de Jeugdgezondheidszorg probeert de gemeente kwetsbare jongeren in beeld te houden en laagdrempelige ondersteuning te bieden, ook op scholen en bij huisartsen.

Monitoren

Om de mentale gezondheid van jongeren te volgen, worden onder andere de Jeugdmonitor Utrecht, Gezondheidsmonitor Jeugd en Gezondheidsmonitor Jongvolwassenen ingezet. Deze data moet inzicht geven in de effecten van het beleid op de langere termijn. Elke twee jaar kijkt de gemeente naar voortgang en eventuele aanpassingen.

Samenwerking

“Momenteel loopt het aanbestedingstraject voor het jongerenwerk. Hierin worden ook jongeren betrokken over wat zij belangrijk vinden, wat zij momenteel missen in het aanbod in de stad en waar we mogelijk een rol voor het jongerenwerk zouden zien vanaf 2027”, schrijft het college. De gemeente blijft ondertussen in gesprek met verschillende initiatieven over hun inzet.

Verder wil de gemeente dat jongeren eenvoudiger subsidie kunnen aanvragen, zowel voor vrijwillige inzet als voor professionele ondersteuning. Kleine initiatieven moeten volgens het college minder administratieve lasten ervaren. Daarnaast kunnen organisaties terecht bij het initiatievenfonds.

Samen met het Netwerk Student & Zorg worden gesprekken gevoerd met studenten over wat zij nodig hebben op het gebied van mentale gezondheid.

Zekerheid in financiering

De gemeente streeft naar langere subsidierondes om organisaties meer zekerheid te bieden. Tegelijkertijd kan niet worden gegarandeerd dat alle huidige ontvangers van subsidie ook in de toekomst financiering krijgen, omdat dit afhangt van de beoordelingscriteria van nieuwe regelingen.

Landelijk is in het Integraal Zorgakkoord (IZA) afgesproken dat er een netwerk van laagdrempelige steunpunten met ‘peer support’, steun vanuit leeftijdsgenoten, komt. In Utrecht is hier al op ingezet, maar structurele middelen ontbraken tot nu toe.

“Uiterlijk eind 2025 zijn we voornemens om de nadere regel sociale basis vast te stellen”, schrijft het college. Mentale gezondheid wordt daarin een belangrijk thema, zodat initiatieven eenvoudiger subsidie kunnen aanvragen en financiële ondersteuning kunnen ontvangen.