Toine Goossens maakt in brief aan gemeenteraad gehakt van het Artplex-project: “toets het raadsbesluit op integriteit en kwaliteit”

Afbeelding

U, leden van de raad dient de rapporten van de heren Chiaradia en Bunnik ter zijde te schuiven en een oordeel te vragen aan diegenen die zich werkelijk professioneel bezig houden met onderzoek naar vraag en aanbod in de filmsector. Met deze zin sluit Toine Goossens zijn brief af die hij vandaag aan de gemeenteraad en college van B & W in Utrecht verstuurt. In deze brief die DUIC hieronder publiceert maakt hij gehakt van de plannen  om Artplex in het project Bieb++ te huisvesten.

Aan de leden van de gemeenteraad Utrecht, leden van het college van Burgemeester en Wethouders Utrecht, 8 januari 2014

Betreft: Voorgenomen besluitvorming onderdeel Artplex van het project Bieb++

Geachte leden van de Raad, geachte leden van het college van Burgemeester en Wethouders, mijne dames en heren, Ik richt mij tot u in het kader van het besluit dat aan de Raad is voorgelegd inzake de investering in het onderdeel Artplex van het project Bieb++  en de stukken die daartoe aan de Raad zijn voorgelegd. Over andere onderdelen van het project heb ik mij geen mening gevormd en spreek ik mij niet uit.

Beschouwing


Burgers moeten er op kunnen vertrouwen dat bestuurlijke besluiten op een zorgvuldige manier tot stand komen. Dat impliceert dat de wijze waarop een besluit tot stand komt, dat de wijze waarop argumenten in het besluit verantwoord zijn, niet ter discussie mogen staan. Het is uw verantwoordelijkheid daartoe voorgenomen Raadsbesluiten te toetsen op integriteit en op kwaliteit. Dat is met betrekking tot het besluit tot oprichting en exploitatie van het Artplex uitdrukkelijk aan de orde.

Integriteit met betrekking tot het Artplex


Ter onderbouwing van het voorstel zijn aan u een tweetal ‘second opinion’ rapporten voorgelegd. Deze rapporten zijn een essentieel onderdeel van het ontwerpvoorstel aan de Raad met betrekking tot het Artplex. Beide rapporten kunnen echter niet als ‘second opinion’ kwalificeren. De opsteller van de 1e ‘second opinion’, de heer T. Chiaradia van Chiaradia Creative Consultancy, heeft in maart 2009 het adviesrapport “Artplex Utrecht een noodzakelijk groei”, een “haalbaarheidsonderzoek” uitgebracht. Dit adviesrapport is u als bijlage bij het Raadsvoorstel (10.007418) van 4 februari 2010 toegezonden. Bovendien heeft de commissie die in maart 2002 het advies “Het filmhuis voorbij” heeft uitgebracht zich mede gebaseerd op een schriftelijke bron van de hand van de heer T. Chiaradia. De heer Chiaradia kan op grond van aan hem te stellen eisen van onafhankelijkheid en objectiviteit niet als opsteller van een second opinion kwalificeren.

De opsteller van de 2e ‘second opinion’, de heer G. Bunnik, was in 2002 lid van de commissie die het advies “Het filmhuis voorbij” heeft uitgebracht. De heer Bunnik kan op grond van aan hem te stellen eisen van onafhankelijkheid en objectiviteit niet als opsteller van een second opinion kwalificeren. Dit impliceert dat het aan u voorgelegde ontwerpvoorstel 13.063926, voor het onderdeel Artplex, zowel op grond van integriteit als op grond van kwaliteit (van het besluit zelf) afgewezen dient te worden. Het gebrek aan onafhankelijkheid en objectiviteit van zowel Chiaradia als Bunnik vindt haar bevestiging in het ontbreken van een fundamentele analyse van vraag en aanbod voor de Art house film in Utrecht; SWOT analyse een analyse van Kritische Succes Factoren ontbreken geheel. Noch Chiaradia, noch Bunnik geven in hun rapporten enige blijk van een Professioneel Kritische Instelling die bij het opstellen van een second opinion verwacht mag worden.

Kwaliteit met betrekking tot het Artplex


Het huidige voorstel voor het Artplex is een direct gevolg van het advies “Het filmhuis voorbij” dat in maart 2002 aan het college is uitgebracht. In dat advies is uitgebreid ingegaan op het vooruitzicht van ‘Filmpresentatie in Utrecht’. Nog tijdens de periode waarin de commissie haar advies uitbracht, gaf de gemeente Utrecht het Louis Hartloper Complex uit aan de heer J. Stelling voor het vestigen van een arthouse op private basis. Desondanks gaf de commissie een positief advies voor het oprichten van een semi publiek Artplex met 1600 stoelen en 12 zalen. In het, naar mijn indruk objectieve, advies heeft de commissie uitdrukkelijk gewezen op de concurrentie vervalsende effecten van een semi publiek Artplex en heeft zij een sterke aanbeveling gedaan om Artplex op een privaat/publieke lijst te schoeien. Stichting ’t Hoogt zou daartoe gaan samenwerken met Wolff, de grootste Utrechtse bioscoop onderneming. Ik constateer dat die publiek/private samenwerking niet tot stand is gekomen. Naar ik aanneem mede omdat aan de wens van Wolff tot bestemmingswijziging van het Camera complex, een wens die recent weer in het nieuws verscheen, geen gehoor is gegeven. In haar advies over de filmtoekomst van Utrecht stipt de adviescommissie ook het ontbreken van een Multiplex in Utrecht aan. Nu, 12 jaar later, is die nieuwe bundeling van filmvertoning nog steeds niet  gerealiseerd. Naar ik begrijp op basis van ruimtelijke ordening argumenten van de gemeente Utrecht.

Daar waar 15 andere steden reeds over een dergelijk complex kunnen beschikken wacht Utrecht nog op realisatie daarvan, hetgeen betekent dat Utrecht een filmfaciliteit die landelijk, 38,5% van de markt voor haar rekening neemt, nog steeds moet ontberen. In januari 2012 heeft het college van de gemeente Utrecht de externe ad hoc Adviescommissie Cultuurnota 2013-2016 ingesteld. Deze commissie kreeg als taak het college van burgemeester en wethouders te adviseren over de subsidieverzoeken die zijn ingediend in het kader van de cultuurnota 2013-2016. Op 16 mei 2012 heeft de voorzitter, de heer Lennart van der Meulen, het Advies Commissie Cultuurnota 2013-2016 aangeboden aan de heer Frits Lintmeijer, wethouder Cultuur van de gemeente Utrecht. De adviescommissie heeft haar licht laten schijnen over 88 meerjarenplannen van culturele instellingen, verspreid over de disciplines/aandachtsgebieden beeldende kunst, musea, film, literatuur, theater, muziek, participatie, educatie en urban.

Een vernietigend oordeel over het plan dat de heer Chiaradia de hemel in prees

Over de meerjarenplannen van stichting ’t Hoogt concludeert de commissie:  ‘Al is de commissie overtuigd van bovenstaande kwaliteiten (onderscheidt t.o.v. andere filmcomplexen in Utrecht scribent), het meerjarenplan beoordeelt zij als uitgeblust’ ‘Het meerjarenplan getuigt niet van enige ambitie voor de cultuurperiode 2013-2016, waarin het filmtheater nog steeds in het huidige pand gevestigd zal zijn en daar publiek zal moeten trekken. Uit onderzoek blijkt dat er veel meer geïnteresseerden zijn dan naar ‘t Hoogt toekomen. (op deze bezoekersaantallen is de prognose voor het Artplex gebaseerd). De verwachting dat een hoger bezoekersaantal in het huidige complex niet gerealiseerd kan worden, is naar het oordeel van de commissie onaanvaardbaar pessimistisch.’ ‘Dat verklaart, volgens de commissie, het karakter van de aanvraag die in feite te vroeg komt en nog onvoldoende diepgang heeft.’ ‘De commissie adviseert , positief over het meerjarenplan onder de voorwaarde dat ‘t Hoogt het komende jaar werkt aan een vernieuwd ondernemingsplan.’ Een vernietigend oordeel over het plan dat de heer T. Chiaradia in 2009 de hemel in prees. Het oordeel dat de heer Chiaradia in oktober 2013 heeft geveld over het Artplex (uw bijlage 4f) is kwalitatief ver onder de maat. Hij concludeert dat ook zelf als afsluiting bij zijn conclusies: “Deze second opinion is een globale toets op basis van aangeleverde documenten zoals beschreven in de inleiding. Een finale analyse achten wij wenselijk, maar dat is pas mogelijk na een gedegen studie van het businessplan”. Die gedegen studie naar het businessplan van Artplex is een harde voorwaarde voor een goed Raadsbesluit. Chiaradia voert immers veel vergelijkende cijfers op, maar hij vergelijkt appels met peren. Geen van de ter vergelijking opgenomen steden kent een met het LHC te vergelijken complex. Bovendien is Utrecht de enige grote Nederlandse gemeente zonder multiplex. Chiaradia verwacht dat het bioscoop bezoek kan stijgen van 864.000 naar 1.350.000 (jaar??), een stijging van 486.000. Uit de cijfers die Chiaradia aanhaalt blijkt dat het landelijke marktaandeel van een multiplex 38,4% is[1]. Afgezet tegen de verwachting van 1.350.000 zijn dat 518.400 bezoekkers voor een Utrechts multiplex. Dan blijft er noch voor Artplex, noch voor LHC veel over. Op verzoek van de gemeente Utrecht heeft de heer G. Bunnik van Gerard Bunnik Coaching en Reorganisatie, een 2e ‘second opinion’ opgesteld.

Het is niet duidelijk welke interne en externe bronnen de heer Bunnik heeft gebruikt voor het opstellen van dit rapport. Slechts op pagina 7 verwijst hij naar een privé databank, hetgeen niet transparant is. Hoofdstuk 2 van het rapport: ‘Artplex, een inhoudelijke urgentie’, is een aaneenschakeling van algemeenheden en niet onderbouwde stellingen. Dat hoort in een second opinion niet thuis. In hoofdstuk 3 spreekt de heer Bunnik over de harde cijfers. De cijfers die de heer Bunnik op pagina 5 presenteert hebben geen betrekking op filmtheaters, maar op commerciële bioscopen, waaronder het multiplex te Hoofddorp. Op pagina 6 stelt hij dat het aantal bezoekers bij gespecialiseerde filmtheaters en festivals in 2012 met meer dan 10% is gestegen. Het bovengenoemde jaarverslag geeft slechts informatie over het bezoek aan filmfestivals. Dat is in 2012 met 10,6% afgenomen waarbij het NFF met een daling van 8,6% gunstig afwijkt. De heer Bunnik rondt hoofdstuk 3 af met een algemeen betoog dat meer het kenmerk van een stelling heeft. Het geeft de indruk dat Utrecht eerder een festival- en promotie locatie, dan een filmtheater op het oog heeft. De stelling dat het filmaanbod waar ’t Hoogt zich op richt, niet commercieel is te exploiteren, is ronduit strijdig met de opmerking op pagina 10: “……een voortrekkersrol te nemen in een landelijk netwerk van door omstandigheden steeds commerciëler opererende filmtheaters en filmhuizen.”

Onzeker is of bestuur en directie van ’t Hoogt de besparingen overnemen

t Hoogt staat voor een enorme sprong voorwaarts. Een sprong die te vergelijken is met een melkboer die van een boerderij met 40 koeien naar een met 120 stuks verhuist. Op de oude boerderij barsten de drachtige koeien op het laatst de boerderij uit. Daaraan ontbreekt het bij ’t Hoogt. De advies Commissie Cultuurnota 2013-2016 wees daar al op. De opmerkingen over de investerings- en exploitatiebegrotingen kan ik niet geheel volgen. De heer Bunnik verlaagt de investeringsbegroting met meer dan 21%, maar onderbouwt dat niet met transparante externe cijfers. Iets wat Bornia voor de afbouwbegroting uitdrukkelijk wel doet. Een deel van de besparingen is in tegenspraak met de calculatie van Bornia. De besparing van € 600.000 staat slechts in het rapport van de heer Bunnik. Het is de vraag of deze besparingen wenselijk zijn met het oog op de beoogde uitstraling van het Artplex. Onzeker is of bestuur en directie van ’t Hoogt de besparingen overnemen.

Afsluitend wijd ik enkele opmerkingen aan de verbetering van de exploitatie en aan de financieringsopzet.

Exploitatie (verbetering € 270.000)

1.       De lagere afschrijving is het gevolg van de lagere investeringen. Indien die niet worden gerealiseerd, dan gaan de afschrijvingen niet omlaag.

2.       Bezuiniging op technische installaties belemmert een eventuele doorgroei naar meer dan 150.000 bezoekers.

3.       De gemiddelde ticketprijs in de begroting van ’t Hoogt is € 9,55. (€ 1.432.631/150.000). Dat is na kortingen voor diverse doelgroepen. De opmerking van de heer Bunnik voor verhoging tot € 9,50 kan ik in het geheel niet plaatsen.

4.       Het zou kunnen zijn dat de afdracht aan de filmdistributeurs omlaag kan door voortschrijdende reproductietechniek. Dat laat echter onverlet dat de productiekosten van een film daardoor niet beïnvloed worden, tenzij het de bedoeling is dat de budgetten voor de productie van de te vertonen films drastisch wordt verlaagd.

5.       Dit is een taakstellende opmerking die niet toetsbaar is.

6.       Het is niet transparant is hoe de personeelskosten zijn opgebouwd, noch hoe een bezuiniging kan worden ingevuld. Evenmin is inzicht gegeven in vergelijkbare cijfers van andere bioscopen.

Financiering

De heer Bunnik voorziet een extra financieringsbehoefte van € 1.300.000 maar neemt de kosten daarvan niet in de exploitatie op. Hij gaat uit van een lage rente, 5%, uitgaand van het verstrekken van een garantie door de gemeente Utrecht. Ik kom het verstrekken van deze garantie, en evenmin van de initiële garantie van € 1.000.000, niet in het aan u voorgelegde besluit tegen. Indien er geen garantie zal worden afgegeven zullen de financieringslasten van het Artplex aanmerkelijk stijgen.

U, leden van de raad dient de rapporten van de heren Chiaradia en Bunnik ter zijde te schuiven en een oordeel te vragen aan diegenen die zich werkelijk professioneel bezig houden met onderzoek naar vraag en aanbod in de filmsector. Ik wens u een wijs besluit toe.

Hartelijke groet, wg Toine (ABMM) Goossens AA

In de aanloop naar uw besluitvorming zijn verschillende brieven aan de Raad in het openbaar gebracht. Ik doe dat ook.


[1] Jaarverslag 2012 Nederlandse Vereniging van Bioscoopexploitanten en Nederlandse Vereniging van Filmdistributeurs, pagina 37.

Lees hier ook de open brief van Jos Stelling en die van ‘t Hoogt.

Open brief Jos Stelling
Open brief ‘t Hoogt