Utrecht komt met beleid voor standplaatshouders en kijkt straks naar ‘binding met de wijk’

Afbeelding

Wanneer meerdere standplaatshouders zich straks voor een plekje in Utrecht inschrijven, wordt vooral gekeken naar de binding met de wijk. Hiermee moet zoveel mogelijk recht worden gedaan aan de huidige situatie. Dit is te lezen in het nieuwe beleid omtrent standplaatsen dat de gemeente dinsdag naar buiten heeft gebracht.

Standplaatshouders in Utrecht – zoals de lokale bloemenstal, viskraam en ijskiosk – hebben een vergunning voor de plek waar ze staan om hun waren te verkopen. Eerder kregen de ondernemers steeds een nieuwe vergunning voor enkele jaren, maar dat is veranderd. Vanwege Europese regelgeving mogen de vergunningen niet meer zomaar verlengd worden.

Dit nieuws zorgde voor veel onrust bij Utrechtse standplaatshouders. “Onze levens worden kapotgemaakt”, riep een van die standplaatshouder tijdens een bijeenkomst met de gemeente. De vergunningen liepen eigenlijk eind 2023 af, maar de gemeente besloot afgelopen zomer dat de kramen tot oktober 2025 mogen blijven staan.

Beleid

Dinsdag heeft het college het nieuwe standplaatsenbeleid bekendgemaakt. Daarin is te lezen dat straks, wanneer standplaatshouders de nieuwe vergunning indienen, onder meer gevraagd wordt naar hun binding met de wijk.

Wanneer één ondernemer zich inschrijft op een kavel hoeft er geen vergelijkende toets te worden gedaan. Dat moet wel als meerdere standplaatshouders op een plek willen staan. In zo’n geval wordt gekeken naar verschillende criteria, maar met name naar deze binding met de wijk. “Om zoveel mogelijk recht te doen aan de huidige situatie […] is het criterium ‘binding met de wijk’ doorslaggevend bij gelijke score”, schrijft het college in een brief aan de raad.

Nieuwe plekken

Daarnaast is in het nieuwe standplaatsenbeleid ook te lezen dat straks veertien plekken in de stad niet bezet zijn. Dit zijn plekken die door de huidige ondernemer zijn opgezegd. “Dit kan bijvoorbeeld zijn vanwege pensionering of omdat de standplaatshouder op die dag in een andere plaats of op een markt wil gaan staan. In de basis is er dus ruimte voor alle huidige ondernemers en nog veertien meer.”

In tegenstelling tot eerder berichtgeving blijven ook de kavels op de bruggen in de binnenstad, van onder meer Broodje Ben en Venezia, bestaan. “Conform de wens van de raad”, aldus het college. De plekken op de Bakkerbrug schuiven weliswaar een paar meter op om de doorstroming niet te belemmeren, maar ze hoeven dus niet te verdwijnen.

Aanbod

Vanwege de groei van Utrecht is het college van plan om in de toekomst meer plekken in de stad aan te wijzen waar standplaatshouders hun waar kunnen verkopen. “Wij verwachten bij een volgende ronde van vergunningsuitgifte aan te kunnen geven waar uitbreiding mogelijk is – zowel in aantal als dagen – of waar juist geen vergunningen meer worden verleend.”

De vergunningen die straks worden afgegeven zijn twaalf jaar geldig. Uit onderzoek van het ministerie van Economische Zaken zou namelijk blijken dat binnen deze termijn de investering is terugverdiend.

Tot slot wordt bij het bepalen van welke producten op welke standplaatslocaties verkocht mogen worden, de bestaande situatie als uitgangspunt genomen. “Omdat we een divers aanbod willen, willen we niet dat twee dezelfde branches of producten naast elkaar komen te staan. In de stad is genoeg ruimte om de branches goed te verspreiden.”

Reactie wethouder

“Als wethouder wil ik de standplaatshouders zo veel mogelijk zekerheid bieden binnen de ruimte die de Nederlandse en Europese wet ons biedt”, zegt wethouder Susanne Schilderman. “Met het nieuwe beleid geven we iedereen een eerlijke kans op een standplaats en voldoen we dus aan de wet, maar hebben we oog voor het belang van de standplaatshouders van Utrecht en de wensen van de gemeenteraad, bijvoorbeeld door binding met de wijk als selectiecriterium op te nemen. De komende maanden houden we goed contact met de standplaatshouders en de verdere uitwerking van het beleid.”