Standplaatshouders in Utrecht mogen langer op hun plek blijven dan eerder voorzien was. Het college van burgemeester & wethouders schrijft dinsdag in een brief aan de gemeenteraad dat er tot 1 oktober 2025 een gedoogconstructie moet komen. Daardoor hoeven de standplaatshouders voorlopig dus niet voor hun plek te vrezen.
Standplaatshouders in Utrecht kunnen dankzij gedoogconstructie even opgelucht ademhalen; kramen mogen tot oktober 2025 blijven

Standplaatshouders in Utrecht – zoals de lokale bloemenstal, viskraam en ijskiosk – hebben een vergunning voor de plek waar ze staan om hun waren te verkopen. Deze vergunningen werden in 2013 afgegeven voor de duur van tien jaar en lopen dus eind dit jaar af.
Eerder kregen de ondernemers steeds een nieuwe vergunning voor enkele jaren, maar dat gaat veranderen. Vanwege Europese regelgeving mogen de vergunningen niet meer zomaar verlengd worden, gaf de gemeente aan. Dat zou betekenen dat de standplaatshouders in Utrecht niet zeker zijn of ze op hun plekje kunnen blijven of dat er andere ondernemers komen. De standplaatsen van Broodje Ben en Venezia zouden zelfs helemaal moeten verdwijnen.
De gang van zaken zorgde voor veel onrust onder standplaatshouders. Geëmotioneerde ondernemers wezen tijdens een informatiebijeenkomst op de gevolgen voor tientallen gezinnen en personeelsleden. Familiebedrijven zouden om zeep worden geholpen en er zou geen visie zijn. Bovendien zeiden de standplaatshouders dat ze niet wisten dat de vergunningen tijdelijk waren, terwijl de gemeente blijft benadrukken dat altijd duidelijk is geweest dat dat het geval was.
Kritiek
Het nieuwe beleid werd uitgebreid besproken in de gemeenteraad, waarbij wethouder Susanne Schilderman ook de nodige kritiek kreeg. Ze gaf toe dat de communicatie naar de standplaatshouders niet goed verlopen was. De gemeenteraad ging uitgebreid in gesprek over hoe het beleid voor de verdeling van vergunningen ingevuld moest worden.
Bijna alle partijen gaven aan dat het verloten van de vergunningen niet de voorkeur had, terwijl dat wel de voorkeur was van het college van B&W. De gemeenteraad wilde liever dat er beleid zou komen op basis van branchering, met selectie aan de hand van criteria. De standplaatshouders zelf pleitten voor een overgangsregeling, maar dat behoorde volgens de gemeente niet tot de mogelijkheden.
Gedoogconstructie
Het college van B&W heeft de afgelopen tijd gekeken wat er wel mogelijk is. Eind april werd duidelijk dat de standplaatshouders mogelijk toch langer op hun plekje konden blijven omdat er een gedoogtermijn van ongeveer een jaar zou komen. Nu is duidelijk dat de gemeente de gedoogconstructie wil laten gelden tot 1 oktober 2025. De oorspronkelijke planning – waarmee de vergunningen vanaf januari 2024 verleend zouden worden – gaat niet gehaald worden, omdat er meer onderzoek nodig is.
Onderzoek
Het college wil dat het huidige aantal kavels voor standplaatsen behouden blijft, inclusief de kavels aan de Oudegracht waar nu Venezia en Broodje Ben staan. Die twee moesten eigenlijk weg, maar daar stak de gemeenteraad een stokje voor. Ook moet er de komende jaren gezocht worden naar nieuwe standplaatslocaties. Verder wil het college dat de nieuwe vergunningen voor standplaatshouders twaalf jaar gaan gelden in plaats van tien jaar, zoals nu het geval is.
Het college doet ook onderzoek naar de mogelijkheden voor branchering, de beleidsvorm die de gemeenteraad graag zou zien. Dat onderzoek is zowel stadsbreed, als wijkgericht en op bijzondere plekken – zoals een bloemstal bij de begraafplaats. Daarnaast wordt gewerkt aan een verdelingssystematiek via selectie op basis van twee criteria, namelijk binding met de wijk en duurzaamheid. Het college wil alleen selecteren via criteria en alleen bij een gelijke score zou loten een laatste selectiemogelijkheid kunnen zijn.
Eerste kwartaal van 2024
Het college van B&W gaat een nieuw raadsvoorstel voorbereiden, waar de gemeenteraad dan weer over in gesprek kan. Zolang dit beleid ontwikkeld wordt, geldt de gedoogconstructie voor de huidige standplaatshouders. Het college verwacht dat het raadsvoorstel in het eerste kwartaal van 2024 aan de gemeenteraad kan worden voorgelegd.



