Wie in Leidsche Rijn woont, woont op een plek waar bijna tweeduizend jaar geleden de noordgrens van het Romeinse Rijk liep. Voor kinderboekenschrijver Rob Koops bleek die geschiedenis zelfs letterlijk in zijn achtertuin te liggen. In zijn nieuwe boek De Tijdkijker – De Romeinse Kogel reist een meisje uit Leidsche Rijn terug naar het jaar 122. “Ik dacht: wat nou als ik een boek ga schrijven over mijn eigen achtertuin?”
Kinderboekschrijver Rob Koops duikt in Romeinse Limes van Leidsche Rijn: ‘De geschiedenis ligt hier voor het oprapen’

De hoofdpersoon van het boek is de 11-jarige Maud uit Leidsche Rijn. Samen met haar neefje Vos beschikt ze over een bijzondere ‘tijdkijker’, waarmee ze naar het jaar 122 na Christus, midden in de Romeinse tijd, reist. Het is de periode waarin keizer Hadrianus een reis langs de noordgrens van het Romeinse Rijk maakte. Die grens, de Neder-Germaanse Limes, liep dwars door het huidige Utrecht.
Een belangrijke rol is weggelegd voor Castellum Hoge Woerd, vlak bij het huis van schrijver Koops. Het moderne castellum staat op de plek waar in de Romeinse tijd een fort stond.
Het idee ontstond nadat Koops ‘De zoon van de zee’ van de Italiaanse kinderboekenschrijver Davide Morosinotto las. Morosinotto schreef daarin een verhaal dat zich afspeelt in zijn eigen omgeving. “Toen dacht ik: wat is er eigenlijk in mijn achtertuin te vinden? Ik woon in Leidsche Rijn en eigenlijk woon ik gewoon op de Limes. Castellum Hoge Woerd ligt om de hoek. De geschiedenis ligt hier voor het oprapen.”
Tijdens het schrijven ontdekte hij zelf steeds meer over zijn woonomgeving. Zo liep de Rijn in de Romeinse tijd anders dan tegenwoordig en heeft zijn eigen huis mogelijk ooit in of vlak langs de rivier gestaan. “Dat vind ik voor kinderen mooi voor de verbeelding. Als je bij wijze van spreken de ene kant van je huis uitloopt, sta je bij de Romeinen op de stoep, en aan de andere kant kom je in barbarenland, zoals de Romeinen dat toen noemden.”
Grind in plaats van keien
Geschiedenis was op de middelbare school al het favoriete vak van Koops en ook later bleef hij veel historische boeken lezen. Voor De Romeinse Kogel kreeg hij hulp van onder anderen de gemeentelijk archeoloog en Limes-deskundige Erik Graafstal en universitair hoofddocent Saskia Stevens van de afdeling Geschiedenis van de Oudheid en Antieke Cultuur aan de Universiteit Utrecht.
Dat advies zit soms in piepkleine details. Zo had Koops aanvankelijk geschreven dat Maud over keien door een Romeins kampdorp liep. Graafstal wees hem erop dat daar waarschijnlijk grind had gelegen. “Een kind zal misschien niet denken: hé, dat klopt niet. Maar het is wel leuk als het gewoon klopt.”
Tegelijkertijd wil Koops voorkomen dat zijn verhalen verkapte geschiedenislessen worden. “Het moet geen geschiedenisboek worden. Je wilt natuurlijk wel dat kinderen het een leuk boek vinden.” Zijn redacteur Susan van der Klugt en zijn vrouw Maruga Koops, die ook de illustraties voor het boek maakte, remmen hem daarom soms af. “Ik heb soms de neiging om helemaal uit te pakken over hoe iedere steen van het Colosseum is gelegd. Dan zegt mijn redacteur: ‘Rob, dit kan er wel uit.’”
Romeinen onder Utrecht
Volgens Koops realiseren veel Utrechters zich niet hoeveel Romeinse geschiedenis er in en onder de stad te vinden is. Niet alleen bij Castellum Hoge Woerd, maar ook bijvoorbeeld rond het huidige Domplein lag een Romeins fort. “Je loopt op zoveel plekken op de geschiedenis en over de geschiedenis.”
Een deel daarvan blijft bewust onder de grond liggen. Archeologische vondsten worden niet altijd opgegraven, zodat toekomstige generaties ze met nieuwe technieken kunnen onderzoeken. De Neder-Germaanse Limes kreeg vijf jaar geleden de status van UNESCO Werelderfgoed.
Boekenreeks
Bij één boek blijft het niet. Koops werkt inmiddels aan een tweede deel van De Tijdkijker, dat volgens planning in het voorjaar van 2027 verschijnt. Ditmaal reist Vos, het neefje van Maud, naar het oude Egypte ten tijde van de koningin-farao Hatsjepsoet. En in het derde boek keert Maud terug en staat het Japanse eiland Deshima op het programma.
Kinderen laten lezen
Maar naast geschiedenis heeft Koops nog een ander doel: kinderen aan het lezen krijgen. Zelf was hij als kind eerst helemaal geen grote lezer. Zijn moeder nam hem mee naar de bibliotheek en liet hem boeken uitzoeken, desnoods om maar één bladzijde per dag te lezen. Uiteindelijk raakte hij verslingerd aan boeken.
Die ervaring wil hij nu doorgeven. “We willen kinderen eigenlijk zoveel mogelijk laten lezen en ik hoop dat De Tijdkijker daaraan bijdraagt. En als ze daarna nog meer en ook andere boeken gaan lezen, is dat helemaal mooi.”
Het mooiste zou volgens Koops zijn als kinderen na het lezen ook zelf op onderzoek uitgaan: naar Castellum Hoge Woerd, een museum of een archeologische plek in de buurt. “Door het verleden te kennen, kun je het heden soms beter begrijpen.”



