Hartmutatie volgde oude handelsroutes: hoe een ‘Nederlandse’ erfelijke hartziekte de wereld overging

Peter van Tintelen en de hoofdingang van het UMC Utrecht
Peter van Tintelen en de hoofdingang van het UMC Utrecht

Een genetische afwijking die ernstige hartproblemen kan veroorzaken, blijkt vanuit Nederland tot ver over de wereld te zijn verspreid. Zelfs in landen als Japan, China, Vietnam en India dragen mensen een mutatie die lange tijd als ‘typisch Nederlands’ werd beschouwd. Uit onderzoek van onder meer Peter van Tintelen, hoogleraar klinische genetica bij het UMC Utrecht, blijkt nu dat oude handelsroutes een belangrijke rol hebben gespeeld in de verspreiding van die genetische afwijking.

Het onderzoek draait om een specifieke verandering in het zogenoemde PLN-gen. Wie die mutatie draagt, heeft een verhoogde kans op een hartspierziekte. Daarbij kan het hart steeds minder goed functioneren. De gevolgen lopen sterk uiteen. Sommige dragers krijgen betrekkelijk weinig klachten, anderen worden ernstig ziek. Juist die onvoorspelbaarheid maakt de mutatie gevaarlijk. ’’Mensen kunnen op relatief jonge leeftijd plotseling overlijden”, legt Van Tintelen uit.

Ook kunnen dragers hartfalen ontwikkelen doordat de pompwerking van het hart achteruitgaat. In ernstige gevallen kan uiteindelijk een steunhart of harttransplantatie nodig zijn. ‘’Het is echt een serieus ziektebeeld.” In Nederland is de mutatie al langer bekend. Vooral in het noorden van het land komt hij relatief veel voor en inmiddels zijn hier meer dan duizend dragers gevonden. Onderzoekers dachten daardoor lange tijd dat ze met een vooral Nederlandse genetische afwijking te maken hadden. Totdat dezelfde mutatie elders opdook.

Japan, China en Vietnam

Dat iemand met dezelfde erfelijke aanleg in België of Duitsland wordt gevonden, is nog simpel te verklaren. Families verhuizen en landsgrenzen liggen dichtbij. Maar onderzoekers vonden de mutatie ook veel verder weg. “Het gaat ook om Japan, China, Vietnam en India, maar ook Spanje en Scandinavië." Toen gingen we denken: hoe kan dat nou?”

Het werd de start van een internationaal speurwerk. Van Tintelen en zijn collega’s brachten DNA van families uit verschillende landen bij elkaar en keken naar het erfelijke materiaal rondom de mutatie. Zo kun je onderzoeken of mensen behalve dezelfde verandering in één gen óók andere stukjes DNA in de buurt van die mutatie gemeen hebben. Als dat zo is, dan is het waarschijnlijk dat mensen familie van elkaar zijn. “Daaruit bleek dat mensen uit al die verschillende landen toch eenzelfde verre voorouder hebben.”

Dit bleek bij vrijwel alle onderzochte families het geval. Met één opvallende uitzondering: een Griekse familie. Daar lijkt dezelfde verandering onafhankelijk te zijn ontstaan.

VOC-handelsroute

Maar hoe komen familieleden van één verre Nederlandse voorouder eeuwen later terecht van Scandinavië tot Azië? Van Tintelen keek daarvoor naar oude Nederlandse handelscontacten. Nederlandse handelaren voeren eeuwen geleden grote delen van de wereld over. De VOC had handelsposten in Azië en Nederlanders onderhielden daarnaast intensieve handelscontacten binnen Europa.

Japan is misschien wel het meest sprekende voorbeeld. Nederlanders waren er lange tijd de enige Europese handelspartners en verbleven op Dejima, een klein kunstmatig eiland bij Nagasaki. “Nederlandse mannen mochten er relaties aangaan met Japanse vrouwen.’’

Volgens Van Tintelen wijzen de genetische overeenkomsten en de historische handelsroutes sterk dezelfde kant op. Bovendien denken onderzoekers dat de mutatie zelf al vele eeuwen oud is en waarschijnlijk wel in Nederland is ontstaan.

Waarom doet dat er nu nog toe?

Een fascinerend verhaal, maar Van Tintelen is niet alleen geneticus en onderzoeker. Hij is ook arts. En juist daarom is het voor hem belangrijk dat het onderzoek verder gaat.

Dat dezelfde mutatie op zoveel verschillende plekken voorkomt, betekent dat onderzoekers veel meer patiënten met elkaar kunnen vergelijken. Want waarom wordt de ene drager al jong ernstig ziek, terwijl iemand anders op zijn zeventigste nauwelijks problemen heeft?

“Dat snappen we nog niet zo goed”, zegt Van Tintelen. Door patiënten uit verschillende landen te onderzoeken, kunnen wetenschappers zoeken naar factoren die de ziekte erger of juist minder ernstig maken.

Daarnaast kunnen bestaande modellen om risico’s te voorspellen op veel grotere groepen worden getest. En dat wordt extra belangrijk nu er nieuwe behandelingen worden ontwikkeld, waaronder gentherapieën die zich rechtstreeks op de genetische oorzaak van een ziekte richten.

‘‘Het is natuurlijk heel belangrijk om te weten waar die patiënten zijn”, zegt Van Tintelen. Het uiteindelijke doel is dat mensen eerder in beeld komen en in de toekomst misschien kunnen worden behandeld vóórdat hun hart ernstig beschadigd raakt. ‘’Wat ik uiteindelijk het allerbelangrijkste vind, want ik ben tenslotte ook dokter, is dat patiënten over de hele wereld hiermee geholpen kunnen worden.”