Ongeveer 40 procent van de bezwaren tegen de WOZ-waarde van Utrechtse woningen is gegrond. De gemeente heeft in 2019 in 45 procent van de gevallen de WOZ-waarde aangepast. In 2020 was dat in 40 procent van de gevallen.
Meer dan 40 procent van de bezwaren tegen WOZ-waardes in Utrecht is gegrond

De WOZ-waarde volgt de prijsontwikkeling van bestaande koopwoningen met een jaar vertraging. Deze vertraging komt doordat woningen voor de WOZ in 2021 worden getaxeerd naar de waarde van 1 januari van het voorgaande jaar, dus 1 januari 2020. De huizenprijzen stijgen vanaf 2014, in lijn daarmee laat de WOZ-waarde na 2015 een stijging zien.
Woningeigenaren kunnen bij de gemeente bezwaar maken tegen de voor hun woning vastgestelde WOZ-waarde. In 2019 ontving de gemeente 5.297 bezwaren, van woningeigenaren zelf, maar ook van adviesbureaus en zogenoemde no-cure-no-pay-bureaus. In 2020 ging het om 5.001 bezwaren.
Sommige bezwaarschriften hebben betrekking op meerdere objecten. De 5.297 bezwaren die in 2019 binnenkwamen, hadden betrekking op 8.025 objecten. In 2020 waren dat 7.895 objecten.
Aanpassen
De gemeente handhaafde in 2019 55 procent van de bezwaren, wat inhoudt dat de waarde die op de WOZ-beschikking was opgenomen na het bezwaar niet werd aangepast. In de andere 45 procent van de gevallen gebeurde dat dus wel. In 2020 werd de WOZ-waarde in 40 procent van de gevallen aangepast.
Proceskosten
Afgelopen jaren stijgen de proceskosten die de gemeente moest uitkeren. Vooral de hoogte van de proceskostenvergoeding aan no-cure-no-pay-bureaus valt daarbij op. In 2018 werd 160.422 euro aan proceskosten betaald aan deze NCNP-bureaus. In 2019 liep dat op tot 301.315 euro en in 2020 werd 429.394 euro aan proceskosten betaald.
De toename valt volgens de gemeente te verklaren doordat de drempel om via NCNP-bureaus bezwaar te maken laag is en de bekendheid van dit soort bureaus toeneemt. “Met name in de periode waarin de beschikkingen worden verzonden, onder meer door reclameboodschappen en huis-aan-huis-mailings.”



