In mijn eerste open brief schreef ik: ‘De verkeerde stapt op‘. Door deze brief kreeg ik enorm veel reacties. Het is opmerkelijk hoe bestuurders kunnen liegen om hun hachje te redden. Ik heb het dan over de schrijvers van de U10 brief; Lot van Hooijdonk, wethouder te Utrecht en Kees van Dalen, wethouder te Houten. Zware beschuldigingen, maar de feiten geven mij gelijk.
Tweede open brief Bernard Tomlow over debacle Uithoflijn: ‘Gemeenteraad doe uw werk’

De feiten.
De concept brief, die door Van Hooijdonk en Van Dalen naar de wethouders gestuurd was, had als kop “reactie op Concept Mobiliteitsprogramma 2019-2023 provincie Utrecht”. Van Dalen zegt in een reactie dat niet iedereen de verstuurde brief van de U10 gezien had. Hij en Van Hooijdonk hadden deze brief ondertekend. Feit is dat niemand van de wethouders deze brief vooraf gezien heeft. Deze brief is rechtstreeks bij een medewerker van RTV Utrecht bezorgd.
Ook was er niet, zoals Van Dalen nu beweert, een deadline van de provincie voor de zienswijze. Op 6 februari 2018 was al ambtelijk gecommuniceerd dat het ook later mocht: “(…) en dat de deadline dus niet hard op de 8e februari ligt.”
Conclusie: er was dus geen enkele noodzaak om niet eerst deze brief af te stemmen met degenen namens wie de brief geschreven zou zijn.
Uithof-kwestie
En dan is er nog een verrassende verandering tussen de definitieve en de concept brief. Het concept spreekt over de wethouders Mobiliteit van de regio Utrecht (26 wethouders). In de definitieve brief is het opeens niet de regio Utrecht, maar zijn het de gemeenten Utrecht, Nieuwegein, IJsselstein, Vianen, Houten, Stichtse Vecht, Zeist, Woerden, Bunnink en De Bilt. Die wijziging is niet toevallig. In het concept wordt met geen woord gerept over het Statenvoorstel nieuwe planning en extra budget Uithoflijn. Met andere woorden, de hele Uithof-kwestie komt niet aan de orde.
Het ging alleen om een Concept Mobiliteitsprogramma voor de hele provincie. De wethouders hadden kennelijk bedacht dat de gedeputeerde vastgenageld moest worden aan de tekorten die de gemeente Utrecht had veroorzaakt en maken er opeens van een U10 gemeentebrief. Daardoor kon de BRU kwestie aan de orde gesteld worden, dat wil zeggen de Uithoflijn. De BRU was namelijk het voormalig bestuursorgaan van de 10 gemeenten en niet van de 26 gemeenten. Zij moeten uitleggen hoe het kan dat zij eerst een concept sturen namens alle wethouders in de provincie (de regio Utrecht) en dan opeens een definitieve brief versturen namens de U10 gemeenten. Zonder enig overleg.
Sjoemelen
Overigens heeft al een aantal wethouders van de U10 gemeenten aangegeven dat zij én de definitieve versie niet gezien hebben én het er totaal niet mee eens zijn, bijvoorbeeld wethouder Nieuwenhuizen uit IJsselstein, wethouder Luca uit Zeist en met zoveel woorden wethouder Ten Hagen uit Woerden: “De brief is niet behandeld, dus hij is niet verstuurd.” Woordenboek Van Dale noemt sjoemelen: oneerlijke trucjes toepassen of knoeien.
Zoals gezegd, opeens wordt in de definitieve brief het Statenvoorstel (de € 84 miljoen tekort) erbij gehaald (in het concept wordt er met geen woord over gerept) en worden allerlei beschuldigingen geuit. Zo wordt beweerd dat de eerste versie van het Concept Mobiliteitsprogramma pas op 16 januari 2018 gepresenteerd was. Apert onjuist. Al op 13 juli 2017 (een half jaar er voor) nodigt de provincie alle wethouders uit de provincie Utrecht uit voor een bijeenkomst op 25 oktober 2017. Dan zal de eerste schets van het Mobiliteitsprogramma gepresenteerd worden. Twee wethouders waren op 25 oktober 2017 niet aanwezig: de briefschrijvers Van Dalen en Van Hooijdonk, die nu de provincie verwijten de wethouders onvoldoende betrokken te hebben bij de totstandkoming.
Ambtelijk was er al in augustus 2017 een eerste gesprek geweest tussen de provincie en de U10. Afspraak was dat de U10 een vervolg zou plannen, maar dat hebben ze niet gedaan. Ambtelijk is de provincie vervolgens bij alle gemeenten op bezoek geweest over het Concept Mobiliteitsprogramma, dus ook bij de U10 gemeenten.
Daar blijft het niet bij. Ik had het in mijn eerdere brief over de erfenis van de BRU van € 14 miljoen. In de transitieafspraken BRU-provincie van 8 december 2014 was afgesproken dat tegenvallers bij investeringsprogramma’s (denk aan de Uithoflijn) door de provincie gedekt mochten worden uit die erfenis (punt 4). De gedeputeerde heeft hier nog uitdrukkelijk op gewezen in het Statenvoorstel d.d. 7 februari 2018.
Bespreking
Als er één persoon is, die zich hierdoor niet overvallen moet voelen, is dat Kees van Dalen. Hij heeft namelijk op 12 januari 2018 expliciet met de gedeputeerde een bespreking gehad over deze kwestie en zelf dit onderwerp vastgelegd in zijn e-mail van 23 januari 2018: “In ons gesprek legde jij uit dat zorgen over de kosten als gevolg van de vertraging Uithoflijn maken dat het voor de provincie nu niet mogelijk is om deze gelden te beschikken. Ik heb begrip voor dat standpunt om (eerst) zorg te dragen voor inzicht in het financiële beleid alvorens nieuwe verplichtingen aan te gaan, ook gegeven transitieafspraken BRU.”
Verder wordt op die dag de afspraak gemaakt om op 21 februari 2018 aan de U10 bestuurstafel over mogelijke knelpunten verder te spreken. Van Hooijdonk en Van Dalen waren volgens de brief overvallen. Dit klopt dus aantoonbaar niet. Zij waren precies op de hoogte van de handelwijze van de gedeputeerde en van de gemaakte BRU afspraken. Men zou ook overvallen zijn door het Statenvoorstel op dit punt. Al op 30 januari 2018 was dit verwoord in het Statenvoorstel. Ben je geschikt als wethouder als je stukken niet leest, niet op bijeenkomsten komt en leugens verspreidt?
Onbetrouwbaar
Overigens was het Statenvoorstel van 7 februari 2018 gebaseerd op twee eerdere voorstellen, namelijk van 19 december 2017 en 30 januari 2018, maar dat voert te ver.
De definitieve brief sluit met de opmerking dat het voorstel van de provincie over het dekken van tekorten op de Uithoflijn door middel van het schrappen van de regionale mobiliteitssubsidies gemeenten voor grote financiële problemen stelt en dat daarover geen overleg zou zijn gevoerd. De aantijging is opmerkelijk. Er wordt geen mobiliteitssubsidie geschrapt door de provincie. De provincie maakt gebruik van gelden waarover afspraken (afspraak 4 uit het besluit van Provinciale Staten, 8 december 2014) zijn gemaakt. De U10 gemeenten zijn onbetrouwbaar als zij opeens die afspraken vergeten.
Samengevat: de definitieve brief is een totaal andere brief dan de oorspronkelijke versie. Van Hooijdonk en Van Dalen hebben de brief niet gecommuniceerd met de wethouders. Daarnaast hebben ze eigenmachtig allerlei nieuwe kwesties in die brief aan de orde gesteld onder het mom van tijdsdruk die er niet was. Ze liegen aantoonbaar over hun stelling dat zij en hun collega’s niet geïnformeerd zouden zijn en wijzigen zonder overleg de afzenders van de brief.
Gemeenteraad
De bedoeling van de valse brief was duidelijk – zoals het AD schreef: “Boze gemeentebestuurders gaven Verbeek laatste zetje.” Nu is duidelijk wie die boze gemeentebestuurders waren: Van Hooijdonk en Van Dalen. Het wordt tijd voor rehabilitatie en het ter verantwoording roepen van dit bestuurlijk wangedrag. Gemeenteraad Utrecht: doe uw werk.
Graag citeer ik de Tocqueville: “Boven deze geïndividualiseerde massa troont een bevoogdend machtsapparaat dat over het wel en wee waakt, dat alles voorziet en alles regelt, maar dat de mensen in een staat van onmondigheid houdt. Het garandeert de burgers een veilig en welverzorgd bestaan, maar staat er op zelf uit te maken wat goed is voor hen. Zo zullen de mensen steeds minder gebruik maken van hun eigen oordeelskracht; de individuele wilskracht zal zich op een steeds beperkter terrein laten terugdringen.”
De provincie doet in ieder geval wel haar werk: een spoeddebat over deze kwestie is inmiddels aangevraagd.
Bernard Tomlow
(op persoonlijke titel)



