Voorlopig geen nieuwe coffeeshops op bedrijventerrein Nieuw Overvecht en Amsterdamsestraatweg in Utrecht

Archieffoto
Archieffoto

Op bedrijventerrein Nieuw Overvecht en de Amsterdamsestraatweg in Utrecht mogen voorlopig geen nieuwe coffeeshops komen. Burgemeester Dijksma staat dit de komende drie jaar niet toe omdat de gebieden kwetsbaar zijn voor ondermijning.

De gemeente ziet bedrijventerrein Nieuw Overvecht en de Amsterdamsestraatweg als gebieden waar bedrijven kwetsbaar zijn voor drugscriminaliteit en bijbehorende overlast op straat. Afgelopen jaren zijn in beide gebieden veel incidenten geweest die te maken hebben met ondermijnende criminaliteit of verstoring van de openbare orde.

De maatregel om nu drie jaar geen nieuwe coffeeshops toe te staan, is onderdeel van een brede aanpak van de gemeente in de strijd tegen ondermijnende criminaliteit. Op de Amsterdamsestraatweg is al eens eerder een periode geweest dat er geen nieuwe coffeeshops mochten komen, maar de gemeente vindt dat ‘vanwege het huidige veiligheidsbeeld’ nog steeds bescherming nodig is. Om te voorkomen dat problematiek van de Amsterdamsestraatweg zich verplaatst naar aangrenzende gebieden, is gekozen voor een wat groter gebied.

Naast kwetsbaarheid is er ook een economische reden voor de maatregel. Volgens de gemeente lopen de gebieden het risico dat investeringen in verbetering en verduurzaming van gebouwen achterblijven omdat vastgoedeigenaren liever investeren in een gebied zonder coffeeshop.

Aanvragen

Voor bedrijventerrein Nieuw Overvecht lopen momenteel twee aanvragen voor nieuwe coffeeshops. Deze aanvragen worden aangehouden, laat de gemeente weten. De aanvragers kunnen kiezen om te wachten tot de aanvraag weer in behandeling kan worden genomen of ze kunnen op zoek gaan naar een nieuwe locatie.

De gemeente wijst erop dat het niet de bedoeling is om coffeeshops nooit meer toe te staan op bedrijventerrein Nieuw Overvecht en de Amsterdamsestraatweg. De periode is tijdelijk en bedoeld om ‘de benoemde kwetsbaarheid van de locaties te verbeteren’. Na de zomer van het derde jaar beoordeelt de gemeente of er opnieuw een aanwijzing nodig is.