Het moet de nieuwste hotspot worden voor film- en beeldcultuur in Utrecht: de Machinerie in het Werkspoorkwartier. In 2023 gaan de deuren open en voor die tijd moet er nog een hoop gebeuren. Er zijn echter ook wat financiële tegenvallers, bij een nieuwe rekensom van de bouwkosten bleek dat er 1,6 miljoen euro extra nodig is. Daar is wel weer geld voor gevonden, maar de nieuwste begroting laat ook meer risico’s zien.
Hoe gaat het met de Machinerie? Fikse prijsstijging en nieuwe begroting zorgt voor ‘meer risico’

In het pand dat we nu nog kennen als Central Studios aan de Gietijzerstraat opent in 2023 de Machinerie met filmzalen, werkplekken, studio’s, evenement- en expositieruimtes en horeca. De Machinerie moet een levendige uitgaansplek voor omwonenden, de stad en de regio met nationale aantrekkingskracht worden. Partijen als ’t Hoogt, Nederlands Film Festival en Fotodok gaan zich er huisvesten. De gemeenteraad maakte eerder al 3,5 miljoen euro vrij voor het plan. Dit jaar lanceerde de Machinerie al het eerste programma.
Bouwkosten
De afgelopen week is er nieuwe informatie naar buiten gebracht over de stand van zaken van de Machinerie. De prijs van hout, staal en arbeid in de bouwsector is namelijk sterk gestegen waardoor de bouwkosten flink hoger zijn.
Er is daarom besloten om het plan voor de nieuw hotstpot iets te versoberen. Zo komt er geen uitbouw met werkruimtes en is de indeling van het pand op papier veranderd. Ook gaat er gewerkt worden met minder duur materiaal en wordt de inrichting en afwerking goedkoper. Dit levert een bezuiniging op van 318.000. Dan is er alsnog een tekort van 1.607.000 euro. Verder versoberen is volgens de initiatiefnemers niet wenselijk, want dat zou uiteindelijk zorgen voor een minder goed concept en daarmee een minder goede exploitatie.
Dat geld moet wel ergens vandaan komen. Particuliere investeerder Erfgoed Werkspoor Utrecht BV legt in totaal 985.000 euro neer. De gemeente Utrecht betaalt ook nog eens extra 300.000 euro. Dat geld komt uit een potje dat het Rijk had vrijgemaakt om lokale culturele initiatieven te ondersteunen. Door indexering van een eerdere bijdrage van de gemeente komt er ook nog eens 224.000 euro vrij. De rest van het geld, 98.000 euro, gaat de stichting achter de Machinerie betalen door extra fondsenwerving of verdere bezuinigingen aan de inrichting.
Exploitatie
Als de Machinerie eenmaal klaar is moet het natuurlijk ook goed geëxploiteerd worden. Daar is recent een nieuwe begroting voor gemaakt en die is gecontroleerd door adviesbureau Twynstra Gudde. In deze second opinion constateert Twynstra Gudde dat de exploitatiebegroting haalbaar is, maar ook ambitieus en dat er in vergelijking met de vorige begroting meer risico’s zijn.
Doordat de bouwkosten toenemen, moet er ook meer huur betaald worden. Stichting de Machinerie (SdM) denkt volgens de huidige begroting echter meer te gaan verdienen met zaalverhuur en horeca.
Volgens Twynstra Gudde is de volledige rekensom goed te verklaren en voldoende onderbouwd, maar is de begroting wel kwetsbaar. De nieuwe verwachting dat de horeca-inkomsten fors hoger zullen zijn omdat er ook meer bezoekers worden verwacht, bevat volgens het rapport ‘forse aannamen’. “Dit betekent dat de omstandigheden voor SdM gunstig moeten zijn, ondanks de rek die er nog in zit”, is te lezen in het rapport. Ook de gemeente Utrecht constateert: “De begroting kan in aanvang slechts beperkt tegenvallers opvangen.”
Aanbevelingen
Twynstra Gudde doet enkele aanbevelingen om de risico’s te beperken. Zo moeten de verwachte horeca- en bezoekcijfers beter onderbouwd worden, moeten de initiatiefnemers van Stichting de Machinerie expliciete afspraken maken over planning en financiën en moet er nagedacht worden over een gefaseerde ingebruikname.
Volgens de huidige planning kan er in de tweede helft van 2022 gebouwd gaan worden en gaat de Machinerie vervolgens een jaar later open.



