Leegstand van winkels in Utrechtse binnenstad blijft een probleem

Archieffoto
Archieffoto

Er is nog steeds veel leegstand in Nederlandse binnensteden, zo blijkt uit onderzoek van vastgoedbedrijf Colliers. Ruim 8,3 procent van de winkelpanden in stadscentra stond leeg in het eerste kwartaal van dit jaar. Ook in Utrecht blijft leegstand een probleem

Vooral bij de ingang van Hoog Catharijne bij het Moreelsepark in Utrecht staan veel panden leeg, blijkt uit het rapport. Ook in de straat Achter Clarenburg staan drie winkels al langer dan een jaar leeg. Het leegstandspercentage van Utrecht ligt tussen de 6,4 en 8,3 procent. Dat is meer dan in sommige andere grote steden in Nederland. Amsterdam en Eindhoven hebben een leegstandspercentage van onder de 6,4 procent. Rotterdam haalt Utrecht echter in, met een leegstandspercentage van meer dan 8,3 procent. Den Haag valt in dezelfde categorie als Utrecht. 

Invloed van de coronacrisis

Na het opheffen van de coronamaatregelen leek het beter te gaan met de winkels in de binnenstad. Mensen vonden hun weg weer naar de winkelstraat en er kwamen nieuwe winkels bij. De leegstand nam af en kwam begin vorig jaar uit op 6 procent voor heel Nederland, waar deze in 2021 landelijk piekte met 7,5 procent. 

Aan deze positieve ontwikkeling lijkt echter een einde te zijn gekomen, met ruim 8,3 procent van de winkelpanden in Nederlandse stadscentra die in het eerste kwartaal van dit jaar leegstaan. De belangrijkste oorzaak volgens vastgoedbedrijf Colliers zijn de hoge kosten voor winkeliers. Lonen, inkoopkosten en huren stegen sterk, terwijl er geen uitstel meer mogelijk was voor het terugbetalen van coronaschulden. Dit leidde tot faillissementen of sluiting van een deel van de minder lopende winkels om kosten te besparen. 

Toch presteren de vijf grootste steden, Utrecht, Den Haag, Eindhoven, Amsterdam en Rotterdam, een stuk beter dan kleinere stadscentra. Utrecht staat met de Oudegracht aan de Werf op nummer 5 van beste winkelstraten zonder langdurige leegstand sinds 2022, met 44 winkels. Volgens Colliers is dat omdat winkels in kleinere plaatsen veel meer te lijden hebben onder concurrentie met grotere ondernemingen. 

Langdurige leegstand

Het leegstandspercentage alleen zegt echter niet alles, aldus Colliers. Er moet onderscheid worden gemaakt tussen kortlopende leegstand van minder dan een jaar en langdurige leegstand. Vorig jaar nam de langdurige leegstand in binnensteden duidelijk af. Deze trend zette in het eerste kwartaal van dit jaar voort in de vijf grootste steden, maar kleinere plaatsen lieten een stijging zien. 

De gevolgen van langdurige leegstand zijn groot. Hoe langer een winkel leeg staat, hoe slechter dit is voor de winkelstraat. Het gevaar dreigt volgens Colliers dat er steeds minder bezoekers komen, waardoor winkeliers het steeds moeilijker krijgen om de omzet te halen. Daarnaast vermijden bezoekers en winkeliers winkelgebieden met veel leegstand, waardoor het risico op verwaarlozing en criminaliteit toeneemt. 

Locatie en winkelgrootte

Naast de hoge kosten, speelt ook locatie een belangrijke rol in de oorzaak van leegstand. Verkooppunten buiten de grote winkelstraat om, worden sneller gesloten. Shoppen via internet maakt het volgens Colliers namelijk overbodig om op elke hoek van de straat een verkooppunt te hebben. In plaats daarvan kiezen winkeliers voor een showroom in de belangrijkste winkelstraat van de stad. 

Daarnaast is de winkelgrootte belangrijk. Ruimtes tussen de 800 tot 1.600 vierkante meter staan het vaakst langdurig leeg. In binnensteden gaat het dan al snel om winkels met meerdere verdiepingen. De vraag groeit daarom naar kleinere winkels op de begane grond.

De gemeente Utrecht heeft in 2021 het plan Morgen Mooier Maken gepresenteerd, om de leegstand in de Utrechtse binnenstad aan te pakken. De gemeente wil met name inzetten op het transformeren van verdiepingen boven winkelpanden, naar verhuurbare woon- of werkruimtes. 

Straatbeeld

Langdurige leegstand heeft ook invloed op het straatbeeld in Nederlandse binnensteden. Steeds meer winkelpanden die leegstaan worden gevuld met horeca, dienstverlening of cultuur & ontspanning, waar detailhandel winkels in aantal afnemen. Vooral het aantal tattoo- en piercingshops, nagelstudio’s en koffiebars stijgt, terwijl bloemen en plantenwinkels, bakkers en slijters langzaam verdwijnen.