Wethouder Anke Klein keert niet terug in het nieuwe college: ‘Een afscheid met een lach en een traan’

Wethouder Anke Klein.
Wethouder Anke Klein.

Met een lach en een traan neemt Anke Klein binnenkort afscheid als wethouder. Haar rol op het politieke en bestuurlijke toneel in Utrecht is uitgespeeld. Als verantwoordelijke op dossiers als cultuur, onderwijs en financiën heeft ze een flinke stempel weten te drukken op de stad en haar inwoners. Nu het nieuwe college aanstaande is, heeft de fractie van D66 laten weten iemand anders voor te dragen als wethouder. Dat is jammer voor Klein, want ze was graag doorgegaan, maar ze kijkt vooral met plezier en trots terug op de afgelopen vier jaar.

Om maar gelijk met dat laatste te beginnen, Klein vertelt dat ze nog wel beschikbaar was voor een nieuwe periode. “Maar ik weet ook dat je niet iets voor altijd bent, en het is aan de fractie om een kandidaat te kiezen voor de nieuwe periode. Ik was er ook niet vanuit gegaan dat ik zomaar nog vier jaar door kon, ik hield er rekening mee dat het kon stoppen.” Toen Klein begon als wethouder zeiden collega’s zelfs dat elke donderdag, de dag dat er vergaderd wordt in de gemeenteraad in Utrecht, de laatste kan zijn. “Je moet dus ook altijd en elke keer laten zien waar je voor staat.”

Dat het afscheid wellicht niet helemaal gewenst is, maakt haar terugblik op de afgelopen vier jaar niet minder rooskleurig. Klein is onder andere verantwoordelijk voor de portefeuilles Financiën, Cultuur en Onderwijs, daarnaast ook erfgoed, wijkgericht werken en participatie, Utrecht 900 en de wijken Oost en Binnenstad. Grote belangrijke onderwerpen die door de coronacrisis extra veel aandacht nodig hadden. Toen ze in 2018 begon, kon ze de coronapandemie natuurlijk nog niet voorzien.  

Tekst gaat verder onder afbeelding

De wethouders tijdens de start in 2018

Aanmelden school

Als we Klein naar de wapenfeiten vragen, is het eerste dat ze zegt – na het benoemen dat kiezen lastig is - het nieuwe aanmeldbeleid voor basisscholen in Utrecht. Toen Klein begon, waren er signalen dat het aanmelden van kinderen bij scholen niet eerlijk verliep. Na een uitgebreid onderzoek bleek dat ook het geval te zijn. Klein: “Niet alle kinderen hadden evenveel kans om zich aan te melden bij de school van voorkeur.” Het gevolg was dat het beleid tot ongelijke kansen leidde en dat er een tweedeling kon ontstaan tussen kinderen en ouders met verschillende economische achtergronden. “Dat druist natuurlijk in tegen elk rechtvaardigheidsgevoel. Zelfs als dit bij één kind gebeurt, is het al te veel.”

Klein ging aan de slag en ze wist bijna alle scholen, 106 van de 109, in Utrecht te verenigen om gezamenlijk een aanmeldsysteem te ontwikkelen. “Het was belangrijk dat zoveel mogelijk scholen meededen, want als gemeente nemen we natuurlijk geen kinderen aan, dat doen de scholen.” Er kwam een nieuwe centrale manier van aanmelden. De eerste resultaten laten zien dat 95 procent van de kinderen naar de school van hun voorkeur kunnen.

Wethouder Anke Klein voor de klas op basisschool Waterrijk

Cultuursector

Als we het over cultuur hebben veert Klein op. Ze heeft de afgelopen jaren zo veel mogelijk – als de coronasituatie het toeliet – bezoeken gebracht aan instellingen in de stad. Klein vertelt: “We mogen echt ontzettend trots zijn op al het talent dat hier is; jonge makers en grote gevestigde namen, van amateurkunst tot professionals.” Ze roemt onder meer het succes van TivoliVredenburg, waar verschillende zalen verschillende genres programmeren en zodoende verschillende doelgroepen samenbrengen in één gebouw. Maar Klein benadrukt ook het belang van de wijkcultuurhuizen en een plek als het Berlijnplein.

Tijdens haar periode als wethouder maakte de raad 45,2 miljoen euro vrij voor een nieuw cultureel hart in Leidsche Rijn. Deze week werden de papieren ondertekend. “Het Berlijnplein is en blijft een plek in ontwikkeling, dat is ook de kracht ervan. Het is niet helemaal uitgedacht op papier, maar het is flexibel en kan veranderen naar aanleiding van de reacties en wensen van gebruikers en bezoekers. Zo’n plek is ook nodig in Leidsche Rijn, waar over alles tot in de puntjes is nagedacht. Het is een plek voor kunst en cultuur, maar ook een plek waar omwonenden wat kunnen gaan drinken. Daarbij is het ook een plek geworden voor heel Utrecht, niet alleen voor Leidsche Rijn.”

Tekst gaat verder onder afbeelding

Anke Klein tijdens de ondertekening op het Berlijnplein

We moeten het toch ook even meenemen; de coronacrisis heeft zijn sporen nagelaten bij heel veel werkzaamheden van Klein. Juist portefeuilles als Onderwijs, Cultuur en Financiën werden sterk geraakt. “Dat heb ik natuurlijk heel erg gemerkt. Gelukkig hebben we als stad met alle partners, schouder aan schouder samengewerkt. Ook heb ik met mijn collega’s in Amsterdam, Den Haag en Rotterdam veelvuldig contact gehad en gesproken met Den Haag over extra steunmaatregelen.”

Klein vertelt verder: “Wat ik in de coronatijd vooral miste is naar mensen toegaan, want dat is juist het mooie van de lokale politiek. Ik ben iemand die mensen veel liever in het echt ziet, dan online achter een computer. Al moet ik over dat laatste zeggen dat ik wel geleerd heb dat je juist via de computer laagdrempelig contact kan hebben met bewoners die juist liever niet naar een zaaltje gaan om ergens in een groep over te spreken. Wat mij betreft moeten we dus ook die mogelijkheid blijven bieden.”

Tekst gaat verder onder afbeelding

Anke Klein op bezoek bij DOMunder

Toekomst

Dan zijn er nog bepaalde onderwerpen waarvan wethouder Klein hoopt dat er in toekomst ook aandacht voor blijft. Utrecht is een stad die alle vierkante meters hard nodig heeft, voor woningen en infrastructuur, “Maar ik vind dat we ook oog moeten houden voor voldoende ruimte voor kunstenaars, ateliers, muziekruimtes, creatieve ontmoetingsplekken en broedplaatsen. Die plekken moeten we ook vroeg in het proces van gebiedsontwikkeling meenemen.”

Een ander belangrijk punt is de financiële staat van Utrecht. Op dit moment zit het nog snor met de begroting, maar het tekort kan in 2026 oplopen tot 26 miljoen euro. “De gemeente Utrecht moet doen wat goed en nodig is voor haar inwoners, en daar moeten we financieel toe in staat zijn. Al een aantal jaren ben ik met collega’s in gesprek met het ministerie van Binnenlandse Zaken over het gemeentefonds, waar een groot deel van de inkomsten van de gemeente vandaan komt. Er is nu te veel onzekerheid over hoe dat fonds zich gaat ontwikkelen de komende jaren. We weten als gemeente dus niet waar we op kunnen rekenen over een aantal jaar. Deze onzekerheid is niet iets wat we aan onze bewoners willen verkopen.”

Tekst gaat verder onder afbeelding

Wethouder Anke Klein helpt bij het in elkaar zetten van het aftelraam voor Utrecht 900

Na vier jaar wethouderschap, wat hard werken is, is de vraag wat Klein de komende tijd gaat doen. “Nou, voorlopig ben ik natuurlijk nog wethouder en tot het laatste moment zal ik mij inzetten voor de stad en haar inwoners. Dat vergt nog mijn volle aandacht. Het werk als wethouder is ook echt wel buffelen, en het zit ook niet in mijn aard om veel tijd vrij te nemen.”

Klein vervolgt: “Het is nu ook allemaal nog best wel vers, het is niet dat ik al precies bedacht heb wat ik straks ga doen.” Als laatste woorden geeft Klein nog mee: “Ik ben, als ik terugdenk aan mijn periode als wethouder, zo ontzettend blij met de manier waarop Utrechters zich naar mij hebben opengesteld. Ik heb heel goed samengewerkt met alle professionals en inwoners van de stad. Daar ben ik ontzettend dankbaar voor. Zo hebben ze mij echt deelgenoot kunnen maken van alles wat er gebeurt. Ik ben echt thuis in Utrecht.”