Rechter zet streep door besluit van toenmalig minister Kuipers: kinderhartcentrum in Utrecht mag toch openblijven

Afbeelding

Het UMC Utrecht en het samenwerkingsverband tussen Amsterdam UMC en Leids Universitair Medisch Centrum mogen toch doorgaan met het uitvoeren van operaties bij kinderen met een aangeboren hartafwijking. Voormalig minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Ernst Kuipers besloot vorig jaar dat deze zorg geconcentreerd moet worden in twee in plaats van vijf ziekenhuizen, namelijk het UMC Groningen en het Erasmus MC. Het UMC Utrecht, Amsterdam UMC en Leids Universitair Medisch Centrum gingen niet akkoord met die beslissing en stapten naar de rechter. Die zet nu, in de bodemprocedure, een streep door het besluit van de minister.

De kwestie rondom de concentratie van centra voor kinderhartchirurgie speelt al jaren. Uit meerdere onderzoeken zou blijken dat de concentratie van kinderhartchirurgie noodzakelijk is. Als er meer dan twee centra open zouden blijven, zouden chirurgen te weinig operaties uitvoeren om hun vaardigheden op peil te houden, beargumenteerde toenmalig minister Kuipers vorig jaar.

De combinatie van operaties in Groningen en Rotterdam zou volgens Kuipers zorgen voor ‘de meest optimale kwaliteit en toegankelijkheid van deze zorg’. In februari 2023 besloot Kuipers dat de kinderhartzorg geconcentreerd zou worden in het UMC Groningen en het Erasmus MC, wat betekende dat de centra in Utrecht en Leiden zouden moeten sluiten.

Gang naar de rechter

Het UMC Utrecht zei destijds ‘enorm teleurgesteld’ te zijn in het besluit. Volgens het ziekenhuis ging in het besluit ‘het belang van instellingen boven dat van kwaliteit en continuïteit van zorg voor patiënten’. De UMC’s in Utrecht, Leiden en Amsterdam – dat samenwerkt met Leiden – stapten naar de rechter om de beslissing ongedaan gemaakt te krijgen.

Afgelopen zomer zag de rechter in een spoedprocedure geen reden om het proces te pauzeren, maar de rechtbank ziet die reden nu in de bodemprocedure wel. De rechtbank wijst erop dat toenmalig minister Kuipers met de keuze voor twee centra ‘een verregaande keuze heeft gemaakt, die diep en onomkeerbaar ingrijpt in de organisatie van hartchirurgie voor kinderen met een aangeboren hartafwijking’. De minister mag dat op grond van de wet doen, maar de keuze moet wel zorgvuldig en feitelijk onderbouwd zijn. De rechtbank oordeelt dat Kuipers dat niet voldoende heeft gedaan.

Foutief gebruik

Een van Kuipers’ redenen om te kiezen van concentratie van de zorg was dat een ziekenhuis elk jaar minstens zestig operaties bij pasgeborenen moet uitvoeren om de kwaliteit van de zorg te kunnen waarborgen.

Kuipers haalde deze cijfers uit een wetenschappelijk artikel uit 2018, maar de auteurs van het artikel vinden dat de minister de cijfers uit het artikel foutief gebruikt heeft. Zij zochten ook contact met Kuipers om dit aan hem duidelijk te maken. De rechtbank concludeert daarom dat de minister niet zomaar had mogen vasthouden aan de norm van zestig operaties per jaar per centrum. “Hij had twijfels moeten krijgen en had ook nader onderzoek moeten laten verrichten.”

Specialistische kennis

Verder zijn er zorgen over de bredere gevolgen van de concentratie van kinderhartchirurgie. Zorgpersoneel heeft bepaalde kennis over aangeboren hartafwijkingen die ook wordt ingezet voor andere zorg, bijvoorbeeld in het geval van specialistische ingrepen bij kinderen met kanker.

“De rechtbank begrijpt dat de minister een knoop wilde doorhakken toen bleek dat de betrokken academische ziekenhuizen geen overeenstemming over concentratie bereikten en er een impasse dreigde. Toch had de minister volgens de rechtbank eerst beter naar de bredere gevolgen van de concentratie moeten kijken.” De Nederlandse Zorgautoriteit gaf dat ook als advies.

Personeel

Tot slot wijst de rechtbank op de haalbaarheid van de concentratie van de kinderhartchirurgie. Die zou binnen tweeënhalf jaar moeten plaatsvinden, maar er zijn zorgen over of er binnen die periode voldoende verpleegkundig personeel kan worden aangetrokken. “De rechtbank begrijpt goed dat de minister de kinderhartzorg in Noord-Nederland vanwege de regionale functie wil behouden, maar tegelijkertijd had hij gelet op de bestaande zorgen beter moeten onderzoeken of het behouden van drie centra tóch beter is dan twee.”

De uitspraak van de rechtbank heeft tot gevolg dat de situatie nu weer is zoals die eerst was. De vijf academische ziekenhuizen mogen allemaal hartchirurgie bij kinderen met een aangeboren hartafwijking blijven verrichten. “Het is aan de minister om te kiezen of en hoe het concentratieproces verder vorm moet krijgen.”

‘Goed nieuws’

De bestuursvoorzitters van de UMC’s noemen het besluit ‘goed nieuws’. “Deze uitspraak is goed nieuws voor de kwaliteit en toegankelijkheid van academische hart- en kinderzorg, voor de toekomst van kostbare kinder-ic-capaciteit in Nederland en van aanpalende zorg, zoals voor kinderen met kanker”, laten ze weten in een eerste reactie.

“Voor ons staan de kwaliteit en toegankelijkheid van academische hart- en kinderzorg in de toekomst voorop. Wij roepen daarom op tot meer samenwerking tussen de verschillende umc’s, waarbij bijvoorbeeld juist de professionals gaan reizen in plaats van patiënten. Dit sluit aan bij het advies van de NZa over de toekomst van de academische kinderhartzorg en ook bij de doelstellingen van het Integraal Zorgakkoord.”