Tivolicomplex: klooster, weeshuis, podium Tivolicomplex: klooster, weeshuis, podium

Tivolicomplex: klooster, weeshuis, podium

Tivolicomplex: klooster, weeshuis, podium
Oudegracht 245 (Arjan den Boer)
De meeste Utrechters kennen het als popzaal en danstempel, maar het Tivolicomplex aan de Oudegracht 245 kent een historie van 750 jaar met vele gebruikers. Begonnen als klooster was het eeuwenlang een weeshuis, om in de 20e eeuw een vakbondsgebouw te worden: het NV-huis. Op de plaats van de kloosterkerk verrees toen de grote zaal. Later werd het gebouw gekraakt als poppodium, een bestemming die al snel officieel werd. Na het ontstaan van TivoliVredenburg gaat het complex nu een nieuwe toekomst tegemoet.

De meeste Utrechters kennen het als popzaal en danstempel, maar het Tivolicomplex aan de Oudegracht 245 kent een historie van 750 jaar met vele gebruikers. Begonnen als klooster was het eeuwenlang een weeshuis, om in de 20e eeuw een vakbondsgebouw te worden: het NV-huis. Op de plaats van de kloosterkerk verrees toen de grote zaal. Later werd het gebouw gekraakt als poppodium, een bestemming die al snel officieel werd. Na het ontstaan van TivoliVredenburg gaat het complex nu een nieuwe toekomst tegemoet.

Rond het jaar 1250 werd op het terrein tussen de Oudegracht en de Springweg een klooster gesticht door de Zakbroeders, een bedelorde die al snel werd opgeheven. In 1292 namen de Reguliere Kanunniken van St. Augustinus het klooster over, dat daarna Regulierenklooster werd genoemd. De ongeveer 15 Augustijner kanunniken hadden maar weinig contact met de buitenwereld. Het is niet bekend hoe de bebouwing er precies uitzag, wel dat het klooster in de 14e en 15e eeuw werd uitgebreid. Er ontstond een kloostervleugel met refter en slaapzaal op het achterterrein, en aan de gracht een kapittelhuis met vergaderruimte. Daartussen kwam later een pandhof. Er waren ook verschillende bijgebouwen, zoals een ziekenzaal.

14e-eeuwse kloostervleugel tussen Oudegracht en Springweg (Arjan den Boer)

Aan het oorspronkelijke klooster herinnert tegenwoordig niet zo veel meer, maar enkele elementen zijn herkenbaar als je het weet. Zo is de vermaarde lange gang van Tivoli een overblijfsel van de laatgotische kloostergang. Deze zuidelijke kruisgang moet rond 1535 ontstaan zijn en diende toen al als toegang tot het complex vanaf de Oudegracht. De gang verraadt zijn oude karakter nog door de gemetselde gewelfbogen in het voorste gedeelte. Het achterste deel heeft later een vlakke afdekking gekregen, terwijl de granito vloer dateert van een verbouwing in 1926. Voordien lagen er hardstenen plavuizen, zoals een foto van kort voor de verbouwing laat zien.

Kloostergang in 1925 en nu (Het Utrechts Archief / Arjan den Boer)

De kloostergang liep langs een binnenplaats en vormde samen met de gang van de westelijke kloostervleugel een pandhof, aan de noordzijde begrensd door de kloosterkerk. Op een foto uit 1925 is de binnenplaats nog te zien. Het pandhof is feitelijk nog steeds aanwezig, zij het in overdekte vorm. In 1985 heeft de binnenplaats namelijk een overkapping gekregen als hal en garderobe voor Tivoli, met een geluidssluis naar de grote zaal. Het huidige uiterlijk met crèmekleurige panelen en sanitaire voorzieningen dateert uit 1999. De meeste feest- en concertgangers zullen zich er niet van bewust zijn geweest dat zij hun jas of plas achterlieten in de pandhof van een klooster.

Pandhof in 1925 en overkapt als garderobe nu (Het Utrechts Archief / Arjan den Boer)

Bij het Regulierenklooster hoorde oorspronkelijk ook een kerk, die stond op de plek van de huidige grote zaal. De vierkante toren in romaanse stijl, die rond 1300 gebouwd moet zijn, stak boven bebouwing aan de Oudegracht uit. De gevel aan de gracht had toen nog niet het huidige uiterlijk, dat uit de 19e eeuw stamt. Het kapittelhuis dat er voordien stond, was in 1453 gebouwd in opdracht van de prior Boudewijn Gardijn. Het telde één verdieping en een zolderkap; daar direct achter lagen de bakkerij van het klooster en de woning van de prior.

Voormalig klooster en kerk als weeshuis. J.H. Verheijen, 1817 (Het Utrechts Archief)

Sint Elisabethsweeshuis

De reformatie maakte een einde aan het rijke kloosterleven in de stad. In 1581 werd de kloosterbibliotheek in beslag genomen. De kanunniken vertrokken en het jaar daarop kreeg het Regulierenklooster een nieuwe functie: als weeshuis. Het Sint Elisabethsweeshuis was in 1491 was opgericht door de rijke kanunnik Evert Zoudenbalch. Het was tot de verhuizing gevestigd geweest aan de Lange Elisabethstraat bij Kasteel Vredenburg, maar raakte bij het beleg daarvan beschadigd; vandaar dus de nieuwe locatie in het vrijgekomen kloostercomplex.

Weeshuispoort aan de Springweg uit 1612 (Arjan den Boer)

De gebouwen werden in de loop der jaren aangepast aan de nieuwe functie als weeshuis. Daarbij vond men vooral de scheiding tussen jongen en meisjes belangrijk. Niet alleen waren er aparte slaapzalen, maar ook gescheiden eetzalen en speelplaatsen. De binnenplaats werd aan de jongens toegewezen, de ‘achtertuin’ aan de meisjes. Er waren zelfs aparte ingangen: de meisjes gebruikten de poort aan de Springweg, de jongens kwamen door een poort aan de Oudegracht die toegang bood tot de kloostergang. De achterpoort was herplaats vanaf de Lange Elisabethstraat, die aan de gracht hoorde wellicht al bij het klooster. De boogvelden boven beide poorten werden in 1612 voorzien van gebeeldhouwde reliëfs. Ze gaven het wapen van stichter Evert Zoudenbalch weer, geflankeerd door een weesjongen en -meisje in blauw-wit geblokt weesuniform. Eronder staat in het Latijn een psalmregel: ‘Gelukkig is de mens die de behoeftige en de arme gedenkt’. Die tekst staat in ieder geval op de Weeshuispoort aan de Springweg, die daar nog altijd is.

Regentenzaal in 1925 (Het Utrechts Archief)

Een kenmerk van liefdadigheidsinstellingen zoals weeshuizen was dat de bestuurders goed voor zichzelf zorgden. De ruimtes waarin zijn vergaderden en dineerden stonden vaak in schril contrast tot de onderkomens van de wezen (zoals ook in de Fundatie van Renswoude). In 1743 besloten de regenten van het Elisabethsweeshuis dat het tijd was voor een nieuwe Regentenzaal. Tot dan toe kwamen zij bijeen in de regentenkamer in het binnen het complex gelegen Roghmuscaethuis (Springweg 102c, sinds 1975 een kinderdagverblijf). Ze lieten de eetzaal voor de meisjes in de westvleugel verbouwen tot een nieuwe Regentenzaal in barokstijl. Decoratief stucwerk, een hardstenen schouw, houtgesneden lambrisering en kostbaar goudleerbehang gaven de ruimte allure. Deze zaal is grotendeels behouden gebleven, al is het goudleerbehang aan de wanden in 1926 vervangen door een imitatie. Het originele goudleer werd toen door het weeshuis meegenomen naar de Nieuwegracht 98, waar het nog aanwezig is. Ook de schilderijen en meubelen zijn meegegaan.

Regentenzaal, huidige situatie (Arjan den Boer)

Gereformeerd Burgerweeshuis

Eind 18e eeuw veranderde de naam van het Elisabethsweeshuis in Gereformeerd Burgerweeshuis. In 1839 verrees er een nieuw hoofdgebouw aan de Oudegracht, met de voorgevel die we nu nog kennen. Het kreeg een statige neoclassicistische stijl zoals destijds gangbaar was. De gevel werd opgebouwd uit een hardstenen onderbouw met rondboogvensters, twee gemetselde verdiepingen en een dak met een verhoogde houten lijst en een fronton (driehoekige gevelbekroning). Boven de nieuwe entree links kwam een gevelsteen met de tekst ‘Everaert Zoudenbalch, stichter van dit weeshuis’ en diens familiewapen. Deze gevelsteen bevind zich tegenwoordig aan de Nieuwegracht 98.

Plek gevelsteen boven entree, nu aan Nieuwegracht 98 (Arjan den Boer)

De onderbouw en het fronton doen enigszins denken aan het Utrechtse stadhuis en dat is geen toeval. Dat was namelijk enkele jaren eerder verbouwd door stadsbouwmeester Johannes van Embden, en hij was de vader van de architect van het nieuwe weeshuis: Floris van Embden (1795-1836). Van Embden junior was zelfstandig ‘meestertimmerman’ en architect en ontwierp ook het (verdwenen) Leesmuseum aan het Domplein. Floris van Embden overleed op 41-jarige leeftijd en maakte de voltooiing van de gevel aan de Oudegracht zelf niet meer mee.

De 19e-eeuwse gevel, gefotografeerd in 1925 (Het Utrechts Archief)

De oude kloosterkerk, die inmiddels bekend stond als Weeskerk, was nog tot begin 19e eeuw in gebruik gebleven, onder meer als begraafplaats. Bij de verbouwing van 1839 werd echter de bovenkant van de toren gesloopt. Kort daarvoor was er nog een tekening van het kerkinterieur gemaakt. De volledige afbraak van het kerkgebouw volgde 25 jaar later. Een deel van de vrijgekomen ruimte werd gebruikt voor de bouw van een school voor het weeshuis. Op een foto uit het jaar 1925 is de vorm van het verdwenen kerkkoor nog goed te herkennen. In dat jaar begon op de plek van de kerk de bouw van de huidige grote zaal. De reden dat het complex toen een nieuwe functie kreeg, was het teruglopend aantal weeskinderen. Er waren er namelijk nog maar 14 over, aanleiding om een kleinere behuizing te betrekken aan de Nieuwegracht 98, het zogenaamde Evert Zoudenbalchhuis. De gevelsteen van boven de ingang aan de Oudegracht werd daar herplaatst. Het weeshuis zou op de nieuwe locatie nog tot 1963 bestaan.

De plek van de afgebroken Weeskerk, 1925 (Het Utrechts Archief)

NV-huis

De nieuwe eigenaar van het complex aan de Oudegracht werd in 1925 de Nederlandsche Vereeniging van Spoor- en Tramwegpersoneel, kortweg N.V. genoemd. Behalve een vakbond, aangesloten bij het socialistische Nederlands Verbond van Vakverenigingen (NVV), was dit ook een gezelligheidsvereniging voor spoorwegpersoneel. In wat voortaan het Spoorweghuis of NV-huis zou heten, werden vergaderingen, congressen en cursussen gehouden, maar ook concerten en toneelvoorstellingen ter ontspanning van de leden. Na een grote verbouwing kon het nieuwe onderkomen op 1 juli 1926 worden geopend bij de viering van het 40-jarig bestaan van de N.V.

Grote zaal bij de opening van het NV-huis, 1926 (Het Utrechts Archief)

De N.V. had het voormalige weeshuis laten verbouwen door architect en aannemer Gerardus Cornelis Barendinus van Dijk (1879-1937). Hij was tevens gemeenteraadslid voor de socialistische SDAP en had eerder als wethouder openbare werken veel woningen laten bouwen. Sommige ruimtes in het weeshuiscomplex werden gesloopt, andere gemoderniseerd. Een krant schreef: ‘Op de eerste verdieping vindt men de kantoorlokalen van de afdeeling Utrecht der vereeniging, benevens ruime cursuslokalen voor ontwikkeling en studie voor machinisten en toekomstige machinisten. Al deze kantoorlokalen zijn uitmuntend verlicht en zien er frisch uit.’ In de oude kloostervleugel kwamen een koffiekamer, een leeszaal en een biljartzaal (in de voormalige regentenkamer). De grote tuin achter het complex werd ingericht met een terras en een muziektent.

Balkon van de grote zaal met Art Deco-beschilderingen, 1928 (Het Utrechts Archief)
Balkon van de grote zaal met Art Deco-beschilderingen, 1928 (Het Utrechts Archief)

Het meest ingrijpend was de bouw van een grote toneelzaal waar ooit de Weeskerk had gestaan, met het podium op de plek van het koor. Bij de werkzaamheden werd een groot aantal geraamtes gevonden van kloosterlingen en wezen die in de kerk begraven lagen. Van Dijk wilde de kap van de zaal eerst in ijzer of beton uitvoeren, maar uiteindelijk werd het een houten overspanning. Rondom is er een door kolommen ondersteund balkon, waarop de zitplaatsen oorspronkelijk licht opliepen. ‘Deze zaal heeft beneden ruim 750 en op het balcon 500 zitplaatsen en is gebouwd naar buitenlandsch model’, aldus de krant. De wanden waren beschilderd met geometrische Art Deco-motieven, maar die zijn kort na de Tweede Wereldoorlog verdwenen. Aan het plafond hingen geluidswerende doeken en een achttal grote kroonluchters van smeedijzer en opaalglas, die nog wel aanwezig zijn.

Originele kroonluchters uit 1926 in de grote zaal (Arjan den Boer)

In de lange kloostergang bij de entree werd bij de verbouwing van 1926 een opening gemaakt voor een ontvangstruimte die wel wat aan de foyer van Tuschinski in Amsterdam doet denken. ‘Voor in de gang is een hal gebouwd, verlicht door een fraai raam met glas in lood; een groot schilderij versiert den wand. Het is een geschenk van de heer Kalleveen en stelt voor een arbeider, die zijn boeien verbreekt.’ Deze wandschildering op kunstleer was een verbeelding van het socialistische strijdlied ‘Eens komt een klare, schoone dag’, waarvan de tekst was geschreven door een oud-voorzitter van de N.V. Het kunstwerk werd ontworpen Albert Hahn jr., die in de de voetsporen van zijn stiefvader Albert Hahn sr. was getreden als politiek tekenaar. Senior had bij de Spoorwegstaking van 1903 de bekende prent ‘Gansch het raderwerk staat stil, als uw machtige arm het wil’ getekend.

Hal met de schildering van Albert Hahn jr., 1928 (Het Utrechts Archief)

De schildering in de hal zou in 1971 bij de ontmanteling van het NV-huis ‘uit de handen van de slopers gered’ worden en is tegenwoordig als bruikleen van het Centraal Museum ondergebracht bij Museum Helmond. Hetzelfde geldt voor nóg een grote schildering van Albert Hahn jr. die in de lange gang van het NV-huis hing, getiteld ‘Het Vervoer’. Deze werd bij de opening aangeboden door de Centrale Bond van Transportarbeiders, een verwante vakbond. Het werk laat twee mannen met toortsen zien, staand op een gevleugeld wiel als symbool voor de spoorwegen. Ze bewegen vanuit het donker naar het licht ten teken van de verbetering van de positie van arbeiders.

‘Het Vervoer’ door Albert Hahn jr. uit het NV-huis (Museum Helmond)

Het eerder in de beschrijving van de hal genoemde ‘fraaie raam met glas in lood’ was een kleurrijk daklicht in Art Deco-stijl, dat de zitjes van boven belichtte. Dit horizontale raam van een onbekende maker is nog altijd aanwezig, al was het de afgelopen decennia slecht zichtbaar toen hier de receptie en kassa van Tivoli waren, deels dichtgezet met tussenwanden. Het is te hopen dat dit bijzonder gevormde raam bij de komende herontwikkeling van het Tivolicomplex weer goed tot z’n recht zal komen.

Glas-in-lood daklicht boven latere Tivoli-kassa (Arjan den Boer)

Eind jaren dertig werd het NV-huis opnieuw verbouwd. Aan de achterzijde werd een grote eetzaal met dansvloer aan de oude kloostervleugel gebouwd. In het gedeelte aan de Oudegracht werd van gewapend beton een nieuwe hal met trappenhuis en garderobe gemaakt met moderne stalen kozijnen en deuren. Tijdens de Duitse bezetting moesten de vakbondsactiviteiten in het NV-huis worden gestaakt en hielden Musserts NSB, de Germaanse SS en andere nazi-organisaties er hun bijenkomsten. In 1946 kon de N.V. haar 60-jarig bestaan weer in het eigen gebouw vieren.

De grote zaal rond 1955 (F.F. van der Werf, Het Utrechts Archief)

In de decennia na de oorlog werd de — inmiddels witgeschilderde — zaal steeds vaker verhuurd voor andere activiteiten, zoals judo-demonstratiewedstrijden met Anton Geesink. In en rond het NV-huis vonden nog verschillende verbouwingen plaats. In 1956 werd de N.V. omgevormd tot de Nederlandse Bond van Vervoerspersoneel en rond 1970 volgde integratie in het de Vervoersbond NVV (later FNV) en verhuizing naar een nieuw kantoor aan de Troelstralaan.

Tivoli

Het NV-huis werd aangekocht door de gemeente Utrecht, maar bleef voorlopig grotendeels leeg staan. Het complex werd in 1979 door jongeren gekraakt als alternatief poppodium, ter vervanging van het afgebrande houten paviljoen Tivoli op het Lepelenburg (dit paviljoen was weer een vervanging van de concertzaal Tivoli aan de Kruisstraat). De gemeente legaliseerde in 1981 Tivoli aan de Oudegracht en een verbouwing volgde, onder meer met geluidsisolatie voor de grote zaal. Omdat het complex te groot was als poptempel werd de kloostervleugel deels bestemd voor welzijnsorganisaties. Er kwamen ontmoetingsruimtes voor de Stichting Welzijnsbehartiging van Surinamers in Utrecht en de Antilliaanse organisatie Kibra Hach. De Regentenzaal kwam in gebruik bij de gemeente voor vergaderingen van de Welstandscommissie en buurtcomités. In 1988 werd de later aangebouwde restaurantzaal aan de achterzijde gesloopt. De gevel van de kloostervleugel werd toen gerestaureerd met nieuwe kozijnen en dakkapellen in oude stijl.

Surinaams ontmoetingscentrum, later kleine zaal Tivoli, 1990 (Het Utrechts Archief)

De binnenplaats van de voormalige pandhof was inmiddels overkapt voor de entreehal en garderobe. Tivoli groeide uit tot een gerenommeerd poppodium met optredens van bijvoorbeeld The Cure, Pearl Jam, Red Hot Chili Peppers en Prince. Rond de eeuwwisseling kwam de ruimte van de Surinaamse welzijnsstichting beschikbaar als kleine zaal. Hoewel qua sfeer onovertroffen, was Tivoli aan de Oudegracht niet erg praktisch wat betreft geluidsoverlast, veiligheid en logistiek bij grote concerten. Het labyrint-achtige complex, zoalsdat in de loop der jaren was ontstaan, telt alleen al op de begane grond 54 ruimtes. Uiteindelijk ging Tivoli in 2014 samen met Muziekcentrum Vredenburg in het nieuwe TivoliVredenburg, een ingewikkeld proces vanwege de verschillende bloed- en doelgroepen.

Lege en volle zaal Tivoli (Het Utrechts Archief / Allert Aalders)

In afwachting van een definitieve nieuwe bestemming voor Oudegracht 245 vestigde Kytopia zich er, de studio van Kyteman en bevriende musici, die er ook kleinschalige concerten organiseerden. De historische vereniging Oud-Utrecht hield ondertussen een prijsvraag om ideeën te verzamelen voor een nieuwe toekomst voor het complex, waarbij het plan Ons Tivoli won met het idee voor een badhuis in de grote zaal. Dit was echter niet het plan dat later de aanbesteding van de gemeente won.

Stadswaarde Vastgoedontwikkeling en initiatiefnemer Douwe van Akkerveeken gaan er een ‘boetiekhotel’ van maken met een restaurant in de grote zaal. Verder moet er ruimte komen voor een koffiebranderij, bierbrouwerij en bakkerij, evenals kinderopvang en een podium voor beginnend talent. Na de nodige vertraging is onlangs de vergunning afgegeven en kan de transformatie in 2021 plaatsvinden. In de plannen worden historische elementen behouden en deels in ere hersteld. Het is te hopen dat er ook iets zichtbaar blijft van de recente geschiedenis als poppodium, waar vele Utrechters herinneringen aan hebben.

Voor bovenstaande is o.a. gebruik gemaakt van de Cultuurhistorische rapportage Tivolicomplex.

Arjan den Boer

Arjan den Boer

Arjan den Boer is publicist over geschiedenis, design, monumenten en architectuur. Op DUIC.nl schrijft hij over vergeten gebouwen en in de DUIC Krant over Nieuwe monumenten 1970-2000.

Profiel

10 Reacties

Reageren
  1. Robert Dorsman

    Wat een gedegen stukje stadsgeschiedschrijving weer. Hartelijk dank!

  2. Bah

    Korte documentaire rond de geschiedenis van Tivoli: https://vimeo.com/346353397

  3. De Baliekluiver

    Prachtig stuk! Alleen laatste allinea zou ik schrappen. Initiatiefnemer is niet meer actief bij dit project en de lokale ondernemers; chefkok, bakker, koffiebrander en Utrechtse brouwerij hebben zich teruggetrokken.

  4. Luuk

    Wauw, wat is het toch een bijzonder gebouw met een rijke geschiedenis. Leuk om het zo te lezen.

  5. Marcel Gieling

    Je bent er weer flink ingedoken Arjan, mooi document.

  6. Katja

    Wat is er toch veel moois verloren gegaan…

  7. Ton Hooft

    Wat een prachtig document weer Arjan! En helemaal eens met de wens in je laatste zin!

  8. Allert

    Leuk om n kiekje van mij tijdens Rauw hier terug te zien!

  9. Dennis

    Toch kan het nieuwe Tivoli Vredenburg niet tippen aan deze oude zaal op de Oudegracht. Heb hier legendarische optredens gezien van o.a. Kane en later DeWolff, fantastische sfeer was dat!

  10. Martijn

    Prachtig stuk! Ik mis alleen een plattegrond, want ik raak ook digitaal het spoor een beetje bijster in dit labyrinth…

Plaats een reactie

Lees voor u reageert onze algemene voorwaarden. Alle reacties worden vooraf gemodereerd. Uw IP adres is geregistreerd (wordt niet gepubliceerd).