Aan het eind van deze maand moet duidelijk worden wie D66 Utrecht de komende jaren gaat leiden. Raadsleden Maarten Koning en Ellen Bijsterbosch nemen het tegen elkaar op. Beiden willen lijsttrekker worden en volgend jaar de gemeenteraadsverkiezingen winnen. Nu is GroenLinks nog de grootste in Utrecht, maar bij de recente Tweede Kamerverkiezingen kreeg D66 veel meer stemmen in de stad.
Lijsttrekkersstrijd D66 Utrecht met Maarten Koning: woningbouw, energie en verbinding

In een van de kortste straatjes van Utrecht, nog geen 50 meter lang, kwam Maarten Koning in 2009 te wonen. Tijdens zijn studies politicologie en bestuurskunde ging hij wonen aan de voet van de Domtoren in de Servetstraat. Die Domtoren is ook zijn eerste actieve herinnering aan Utrecht. Toen hij zes was ging hij met vriendjes tijdens een verjaardagspartijtje de toren beklimmen en uitkijken over de stad. Dat is ongeveer dertig jaar geleden. Ondertussen zit hij alweer zeven jaar in de gemeenteraad.
Hij wil er graag nog zeker vier jaar aan vastplakken, maar dan wel als fractievoorzitter. De leden van D66 kunnen eind mei stemmen en kiezen tussen Maarten Koning en Ellen Bijsterbosch. Zij maakte eerder dit jaar al bekend voor de positie te gaan en maakte vooral indruk door – tegen de lijn in van de coalitie, waar ook D66 inzit – op te roepen sneller te gaan bouwen in Rijnenburg.
Om met dat laatste te beginnen, wil jij ook sneller gaan bouwen in polder Rijnenburg?
“We kunnen op z’n vroegst over 15 jaar huizen gaan bouwen in de polder. Als we dat iets willen versnellen moeten we er heel veel geld in steken. Dat is niet realistisch. Daarbij zijn we voor dit soort grote ontwikkelingen heel erg afhankelijk van rijksgeld en het Rijk heeft nog geen cent vrijgemaakt voor openbaar vervoer naar Rijnenburg. Laten we ons nu vooral eerst richten op de bestaande stad. Ondertussen werken we natuurlijk door aan plannen voor de nieuwe stadswijk die in Rijnenburg moet komen. En gebruiken we de ruimte in het noorden van die polder voor de opwekking van duurzame energie met windmolens en zonnevelden.”
Wordt er niet al genoeg geïnvesteerd in duurzame energie in Utrecht?
“Wat we nu doen is een druppel op een gloeiende plaat. Ongeveer 1 procent van de begroting gaat naar duurzaamheid. Dat bedrag moet groter. Ik denk dat het goed is als we huiseigenaren en woningcorporaties verder gaan helpen met het verduurzamen van panden. Particulieren snappen wel dat dit belangrijk is, maar ze weten vaak niet hoe ze dit moeten aanpakken. Daar moeten we bij gaan helpen. Dat is goed voor het klimaat, maar meestal ook voor de portemonnee. Dit soort investeringen door woningeigenaren verdienen zich vaak terug. Nieuwbouw moet natuurlijk al helemaal duurzaam zijn en zo circulair mogelijk.”
We zitten wel midden in een woningcrisis. Hoe moet dat aangepakt worden dan?
“We hebben in de stad nog genoeg loze ruimte waar we ons op moeten richten. Ik investeer liever in het versnellen van het bouwen van woningen in de bestaande stad. Zo is er bijvoorbeeld bij Papendorp maar ook bij Koningsweg-Lunetten nog ruimte. En belangrijk: daar ligt ook al goed openbaar vervoer.”
Ook heb je het idee geopperd om een kooppremie beschikbaar te maken. Wat is dat precies?
“Tien jaar geleden konden 25-jarigen nog in hun eentje een huis kopen. Nu is het voor twee mensen met een middeninkomen zelfs niet meer te doen. Een van mijn ideeën is inderdaad het invoeren van een kooppremie. Hiermee kunnen starters een extra leendeel afsluiten waar de gemeente garant voor staat. Zo kunnen starters bijvoorbeeld tot 50.000 euro extra lenen. Het afbetalen doen ze naar draagkracht. Zo moet het ook voor starters weer mogelijk worden om een koophuis te krijgen.”
Blijft Utrecht wel leefbaar als we veel meer gaan bouwen in de stad?
“Dat is juist hetgeen waar we op een verstandige manier sturing aan moeten geven. We willen genoeg woningen voor Utrechters en voor mensen van buiten de stad die een woning zoeken. Maar we moeten ook zorgen voor voldoende ruimte in de stad om van te genieten. De parken moeten de juiste voorzieningen hebben, er moeten genoeg horecaterrassen zijn en plekken om te sporten. We moeten ook gewoon slimmer met de huidige ruimte omgaan. Ik denk bijvoorbeeld echt dat deelautovervoer een flinke bijdrage kan leveren. Er is al eens eerder berekend dat als iedereen veel meer deelauto’s zou gebruiken, we maar een achtste van de auto’s nodig zouden hebben. Wat dat al niet betekent qua ruimtewinst op straat. Ik zou iedereen die nieuw in Utrecht is wel een half jaar lang gratis een deelauto willen aanbieden. Daarmee laat je de inwoners kennis maken met het concept en wordt het een stuk populairder.”
En nu dus een strijd tussen jou en Ellen, is dat goed voor D66?
“Het is goed dat er wat te kiezen valt en dat er een ideeënstrijd ontstaat binnen D66. Ik daag Ellen daarop uit. Volgend jaar zijn de gemeenteraadsverkiezingen en ik wil dan het beste resultaat ooit in Utrecht neerzetten. Ik wil samen met de partij de koers gaan bepalen voor de komende jaren. D66 doet het landelijk goed en ook in Utrecht waren we de grootste partij. De vooruitzichten zijn supergoed, dat moeten we gaan benutten.”
Wat voor leider krijgt D66 met jou als lijstrekker?
“Ik wil vooral verbindend en zichtbaar zijn. Ik ben iemand die graag met iedereen wil samenwerken. We mogen het oneens zijn, maar blijven met elkaar in gesprek. De afgelopen jaren heb ik goed kunnen samenwerken met coalitiepartijen, maar ook met oppositiepartijen. Ik heb resultaten behaald met de aanleg van nieuwe fietstunnels, met de uitbreiding van terrassen en ons drugsmanifest. Daarnaast vind ik het erg belangrijk om zichtbaar te zijn. We hebben de afgelopen jaren laten zien waar we voor staan. D66 is een optimistische partij die niet houdt van gezeur, maar die de stad verder wil brengen. We bepalen de agenda en we claimen onze ruimte in de gemeenteraad. Ik denk ook dat het belangrijk is om met onderwerpen bezig te zijn waarvan Utrechters ook echt resultaat zien. Die onderwerpen zijn relevant voor de stad. En soms moet je in de politiek een lange adem hebben, zoals we jarenlang in de Tweede Kamer gestreden hebben voor bijvoorbeeld abortus en euthanasie. Op goede plannen krijg je uiteindelijk andere partijen mee.”
Hoe ziet de komende tijd er nu uit?
“Ellen en ik worden officieel nog gepresenteerd aan alle D66-leden en we gaan nog in debat. Tussen 17 en 30 mei mogen alle leden dan hun stem uitbrengen.”



