Zes voorwaarden waaraan het nieuwe Utrechtse stadsdeel Rijnenburg moet voldoen

Impressies van toekomstig Rijnenburg
Impressies van toekomstig Rijnenburg

De gemeente Utrecht heeft bekendgemaakt aan welke zes voorwaarden de plannen voor het toekomstige stadsdeel Rijnenburg moeten voldoen. Rijnenburg is momenteel nog een polder ten zuidwesten van de stad, en ligt tussen Nieuwegein en IJsselstein in, maar naar verwachting wordt daar over tien jaar gestart met de bouw van een nieuw stadsdeel.

Allereerst moet Rijnenburg een ‘compleet en levendig stadsdeel voor iedereen’ worden. Dit betekent dat de 22.000 tot 25.000 woningen die vanaf 2035 gebouwd gaan worden in verschillende prijsklassen aangeboden worden. Hierbij gaat de gemeente in beginsel uit van 75 procent betaalbare woningen. Daarbij zullen er verschillende woningtypen gebouwd worden; het merendeel hiervan zijn appartementen. “In Rijnenburg streven we naar wijken en buurten waarin alle bewoners, van sociale en middenhuur, maar ook vrije sector en koop, met elkaar samenleven”, stelt Ronald Weideman, medewerker van woningcorporatie Portaal.

‘Bouwen vanuit de structuren uit het verleden’

Ten tweede wordt Rijnenburg toekomstbestendig ontwikkeld vanuit het principe ‘water en bodem sturend’. Hiermee wordt verwezen naar het feit dat de polder en het landschap de afgelopen eeuwen gevormd zijn door het water en natuurlijke processen, leidend zal zijn voor waar er wel en niet gebouwd kan worden.

Zo gaat het grootste deel van de verstedelijking plaatsvinden op hoger gelegen grond en worden bestaande afwateringsplekken zoveel mogelijk intact gehouden. “Rijnenburg willen we bouwen vanuit de structuren uit het verleden, de archeologische vindplaatsen en de historische bebouwing”, meent archeoloog Erik Graafstal. Hij verwijst hiernaar naar Leidsche Rijn, wat een soortgelijke ontwikkeling heeft ondervonden.

Tekst loopt door onder afbeelding.

De ligging van Rijnenburg. Bron: Gemeente Utrecht (Leidende principes Rijnenburg)

Groenblauw raamwerk

Daarnaast is een belangrijke voorwaarde een ‘robuust groenblauw raamwerk’ met een landschapspark. Met dit groenblauwe raamwerk verwijst de gemeente naar de natuur en het water in de omgeving. “Het landschap en natuur lopen tot aan de voordeur door”, stelt de gemeente. Om dit te realiseren worden verschillende parken aangelegd, en kan er ook een ‘lint’ verwacht worden zoals bij het Máximapark. En ook moet er genoeg ruimte komen voor sportgelegenheden, zoals roeiwater.

Gezond leven

De vierde pijler is het aanleggen van ontmoetingsplekken en voorzieningen in de buurt om de fysieke, mentale en sociale gezondheid onder bewoners te stimuleren. Deze plekken moeten laagdrempelig en toegankelijk zijn.

Tekst loopt door onder foto.

Archieffoto Polder Rijnenburg

OV en de Merwedelijn

Een andere voorwaarde is de afgelopen jaren al veelvuldig in het nieuws geweest; hoogwaardig openbaar vervoer met als grootste ambitie de aanleg van de Merwedelijn. Naast de plannen voor het OV moeten er ook fietsroutes aangelegd worden, en zullen er relatief weinig autobezitters zijn. De auto’s die er wel zijn, worden geparkeerd in zogenaamde hubs, gedeelde garages waar ook deelauto’s staan.

Toekomstbestendig

Als laatste moet het project Rijnenburg volgens de gemeente ‘innovatief en adaptief’ omgaan met veranderingen, zodat het een toekomstbestendige leefomgeving wordt die ‘waarde toevoegt aan de Metropoolregio Utrecht’. Om dit te bereiken wordt er bij de inrichting rekening gehouden met mens en milieu, en moeten lopen, fietsen en het OV de belangrijkste manier van verplaatsen worden.

Complexiteit

In het document met de leidende principes wordt aangegeven dat de plannen ‘nog niet in beton zijn gegoten’. Vanwege de langjarige en complexe ontwikkeling wordt er van de betrokken partijen om flexibiliteit gevraagd, stelt de gemeente. Dit betekent dat ambities en de zes leidende principes nog bijgesteld en aangescherpt kunnen worden als dat nodig blijkt te zijn.

Afgelopen december werd het akkoord voor de regio Groot Merwede en Rijnenburg getekend, maar het blijft duidelijk dat er nog een aantal ‘programmatische, randvoorwaardelijke en financiële knelpunten’ zijn. De uitdaging ligt daarom in de ontwikkeling van een ‘samenhangende en effectieve ontwikkelstrategie voor het hele gebied’. Bij het opstellen van deze strategie zijn veel partijen betrokken: gemeenten, de provincie, het Rijk, private partners en andere betrokken stakeholders.

Vervolgstappen

De gemeente gaat nu samen met de grondeigenaren verder werken aan de zogeheten ‘Uitgangspuntennotitie’. Hierbij gaat onderzocht worden wat de haalbare uitgangspunten zijn om het plan voor dit nieuwe stadsdeel succesvol tot ontwikkeling te brengen. De verwachting is dat dit deel in het proces in de tweede helft van 2026 met de raad van besluitvorming kan worden gedeeld. Hierna kan gestart worden met het zogeheten ‘Masterplan’, oftewel het opstellen van de omgevingsvisie.

Het proces van de ontwikkeling voor het nieuwe stadsdeel. Bron: Gemeente Utrecht (Leidende principes Rijnenburg)